|
|
|
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
| Onderhoudsmaatregelen voor asfaltwegen |
In Nederland bestaan voor in standhouden van asfalt wegen een
groot aantal onderhouds- en reparatietechnieken. Op deze
pagina staat een samenvattend overzicht van de gebruikelijke
onderhouds- maatregelen per schadebeeld. Door op het schadebeeld te
klikken worden een aantal van deze technieken in detail
toegelicht. Nadrukkelijk wordt er op gewezen dat de maatregel pas na
grondige beoordeling van de oorzaak van een schade kan worden gekozen.
|
|
|
|
|
|
Schadebeeld
|
Foto schadebeeld |
Toelichting schade |
Onderhoudsmaatregel  |
Beknopte toelichting onderhoudsmaatregel |
| Rafeling |
 |
|
Rafeling is het verlies van steentjes uit het oppervlak door verminderde hechting tussen het bitumen en de steentjes. |
|
 |
 |
 |
|
|
|
- warm bitumineus bindmiddel gesproeid op een wegdek met afgestrooide laag steentjes
- plaatselijk verwijderen van één of meer asfaltlagen en opnieuw aanbrengen
- baanbreeds verwijderen van één of meer asfaltlagen en opnieuw aanbrengen
- gietbaar mengsel van fijn mineraal aggregaat, bitumenemulsie en cement
- koud bereid mengsel van aggregaat en bitumenemulsie en cement
- mix van speciale bitumenemulsies en verjongende additieven met afgestrooid steenslag
- ter plekke hergebruikt asfalt door verhitting, frezen, mengen en verdichten
- hergebruikt asfalt door verhitting, frezen, mengen en verdichten met additieven |
|
 |
 |
 |
|
Scheurvorming
en
Craquelé |
 |
|
Scheurvorming
zijn scheuren of barsten die ontstaan door ongelijk- matige spanningen
in het wegdek. Scheuren kunnen door en door, bovenin of onderin aan-
wezig het asfalt zijn. |
|
 |
 |
 |
|
|
|
- warm (half)elastisch bitumineuze vulmassa in de voeg afgestrooid met steenslag
- warm bitumineus bindmiddel gesproeid op een wegdek met afgestrooide laag steentjes
- plaatselijk verwijderen van één of meer asfaltlagen en opnieuw aanbrengen
- baanbreeds verwijderen van één of meer asfaltlagen en opnieuw aanbrengen
- gietbaar mengsel van fijn mineraal aggregaat, bitumenemulsie en cement
- koud bereid mengsel van aggregaat en bitumenemulsie en cement
- mix van speciale bitumenemulsies en verjongende additieven met afgestrooid steenslag
- heet vloeibare type asfaltmengsel zonder te verdichten
- aanbrengen van een nieuwe laag asfalt over een bestaande asfaltlaag
- volledig verwijderen en aanbrengen van de asfaltconstructie met fundering |
|
 |
 |
 |
|
| Oneffenheden |
 |
|
Oneffenheden
zijn plaats- elijke hobbels (opdrukking) of laagtes (verzakking) in het wegdek in lengtericht-
ing. Eventueel met
vlak- heidschade in dwars- richting. |
|
 |
 |
 |
|
|
|
- plaatselijk verwijderen van één of meer asfaltlagen en opnieuw aanbrengen
- baanbreeds verwijderen van één of meer asfaltlagen en opnieuw aanbrengen
- koud bereid mengsel van aggregaat en bitumenemulsie en cement
- aanbrengen van een nieuwe laag asfalt over een bestaande asfaltlaag
- volledig verwijderen en aanbrengen van de asfaltconstructie met fundering
- gecontroleerde scheidingsvoegen in een fundering om uiteenzetting op te vangen
- verwijderen van plaatselijke opdrukkingen met behulp van een freesmachine |
|
 |
 |
 |
|
| Dwarsonvlakheid |
 |
|
Dwarsonvlakheid zijn laagtes en hobbels in het dwarsprofiel van de verharding met een lengte van
tenminste 5 meter en een aaneen- gesloten karakter. Voor- beeld is
spoor- vorming. |
|
 |
 |
 |
|
|
|
- plaatselijk verwijderen van één of meer asfaltlagen en opnieuw aanbrengen
- baanbreeds verwijderen van één of meer asfaltlagen en opnieuw aanbrengen
- koud bereid mengsel van aggregaat en bitumenemulsie en cement
- volledig verwijderen en aanbrengen van de asfaltconstructie met fundering
- aanbrengen van bitumineus vulmiddel in wielsporen
- verwijderen van plaatselijke opdrukkingen met behulp van een freesmachine |
|
 |
 |
 |
|
| Gaten |
 |
|
Gaten ontstaan
vooral door een combinatie van veroudering, vocht, vorst en/of zware
verkeers- belasting. Het proces begint meestal met kleine scheurtjes of
rafeling. |
|
 |
 |
 |
|
|
|
- plaatselijk verwijderen van één of meer asfaltlagen en opnieuw aanbrengen
- baanbreeds verwijderen van één of meer asfaltlagen en opnieuw aanbrengen
- kant-en-klaar reparatieasfaltmengsel als tijdelijk reparatiemiddel
- volledig verwijderen en aanbrengen van de asfaltconstructie met fundering
- aanbrengen van bitumineus vulmiddel in wielsporen
- vloeibare asfaltmengsel met een dichte porieloze structuur zonder verdichting |
|
 |
 |
 |
|
| Boorgaten |
 |
|
Boorgaten worden gemaakt voor asfaltonderzoeken naar de opbouw, kwaliteit of dikte van de
asfaltlagen. Een cylindrisch gat blijft achter. Vaak staan de boorgaten na enige tijd weer open. |
|
 |
 |
 |
|
|
|
- reinigen, besproeien van gat en aanbrengen asfalt, gedeeltelijk beton of koudasfalt |
|
 |
 |
 |
|
| Randschade |
 |
|
Randschade
treedt op aan de rand van een wegdek. scheur- vorming en verzakking
zijn aanwezig. Veelal bij smalle plattelandswegen of bij
bushaltes. |
|
 |
 |
 |
|
|
|
- plaatselijk verwijderen van één of meer asfaltlagen en opnieuw aanbrengen
- baanbreeds verwijderen van één of meer asfaltlagen en opnieuw aanbrengen
- warm (half)elastisch bitumineuze vulmassa in de voeg afgestrooid met steenslag
- grasbetontegels op fundering naast de rijbaan aanbrengen |
|
 |
 |
 |
|
| Gladheid |
 |
|
Gladheid
ontstaat door polijsting van de steentjes in de dek- laag. Door het
schuren van autobanden op een wegdek ontstaat gladheid. Vooral op natte
wegdekken. Soms ook door olie op de weg. |
|
 |
 |
 |
|
|
|
- plaatselijk verwijderen van één of meer asfaltlagen en opnieuw aanbrengen
- warm bitumineus bindmiddel gesproeid op een wegdek met afgestrooide laag steentjes
- warm (half)elastisch bitumineuze vulmassa in de voeg afgestrooid met steenslag
- koud bereid mengsel van aggregaat en bitumenemulsie en cement |
|
 |
 |
 |
|
| Openliggende lassen |
 |
|
Lassen
ontstaan veelal tussen twee asfaltlagen. Ze zijn niet
tegelijkertijd warm tegen warm gedraaid. Vaak in als middennaad van een
wegdek of bij de randen van een reparatievak |
|
 |
 |
 |
|
|
|
- plaatselijk verwijderen van één of meer asfaltlagen en opnieuw aanbrengen
- baanbreeds verwijderen van één of meer asfaltlagen en opnieuw aanbrengen
- warm (half)elastisch bitumineuze vulmassa in de voeg afgestrooid met steenslag |
|
 |
 |
 |
|
| Vetslaan lassen |
 |
|
Bij het vetslaan komt het bitumen omhoog aan het wegoppervlak. Vaak bij hoge temperaturen door zware verkeerslasten.
Het wordt vaak zichtbaar als een zwarte film (bitumenspiegel). |
|
 |
 |
 |
|
|
|
- warm bitumineus bindmiddel gesproeid op een wegdek met afgestrooide laag steentjes
- koud bereid mengsel van aggregaat en bitumenemulsie en cement
- baanbreeds verwijderen van één of meer asfaltlagen en opnieuw aanbrengen
- heet steenslag op warmgemaakte deklaag strooien en aanwalsen
|
|
 |
 |
 |
|
| xxxxxxxxxxxxxxxxx |
xxxxxxxxxxxxxxxxx |
xxxxxxxxxxxxxxxxxxx |
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx |
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx |
|
|
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
 |
|
Toelichting
Rafeling
is het verlies van steentjes uit het asfalt- oppervlak doordat de
hechting tussen het bitumen en de steentjes verminderd.
Het
begint met het verlies van enkele steentjes, waarna steeds meer
steentjes loslaten. Het leidt uiteindelijk in het ontstaan van gaten.
Rafeling kan optreden in de deklaag zelf, maar ook in de oppervlaktebehandeling
Als rafeling niet tijdig wordt hersteld, kan rafeling overgaan in grotere schades, die leiden tot hogere onderhoudskosten. |
 |
|
- Oorzaak

- veel wringend zwaar verkeer bij bijvoorbeeld uitrit van bedrijf
- lang vochtig of nat blijven door schaduw door bomen of te hoge bermen
- onvoldoende verdichting bij aanleg
- te veel holle ruimte bij aanleg
- te weinig bindmiddel in asfaltmengsel
- ongunstige korrelopbouw van asfaltmengsel
- te hard en bros bindmiddel in asfaltmengsel
- slechte hechting in naad van naast elkaar aangebrachte asfaltlagen
- onvoldoende homogeen asfaltmengsel (PR) bij bereiding in asfaltcentrale
- ontmenging van asfaltmengsel tijdens transport van asfaltspecie
- zuurgraad van mineraal aggregaat
- vuil of andere verontreinigingen in mineraal aggregaat
- te snelle afkoeling bij walsen door sterke wind of regenbui
- te lage of te hoge verwerkingstemperatuur bij aanleg
- slechte weersomstandigheden bij aanleg
- afnemende bindmiddelkracht door zuurstof en UV-licht (veroudering)
- water dringt via kleine haarscheurtjes binnen en drukt bij vorst steentjes los
- verkeerde samenstelling van het mengsel
- herhaalde wielpassages, die bindmiddel aantasten (moeheid).
- Schade

- ontstaan van kale plekken of gaten
- minder stroefheid van wegdek
- losliggende steentjes op wegdek.
- gevaarlijk plasvorming op wegdek
- meer geluidsoverlast en trillingen voor leefomgeving en weggebruikers
- naderen einde levensduur van de deklaag
- verkeersonveiligheid van gebruiker

|
|
Onderhoudsmaatregel bij lichte rafeling: |
| Verjongingsmiddel |
| Onderhoudsmaatregel bij matige rafeling: |
| Oppervlakbehandeling |
Slembehandeling
|
| Emulsieasfaltbeton |
| Onderhoudsmaatregel bij ernstige rafeling: |
Deklaag vervangen
|
Remix
|
| Repave |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
 |
|
Toelichting
Scheurvorming
is het beschadigen van asfalt door het ontstaan van barsten of
scheuren. Ze kunnen zowel in lengterichting als dwarsrichting
voorkomen.
De scheuren kunnen door en door, bovenin
of onderin aanwezig zijn. Scheuren van bovenaf onstaan veelal door de veroudering van de deklaag.
Scheuren die ontstaan vanuit de onderlaag ontstaan door
vermoeiing.
Zonder het direct uitvoeren van onderhoud kunnen kleine scheurtjes snel doorgroeien tot grotere schade.
Craquelé is een ernstige
combinatie van langsscheuren en dwarsscheuren
met onregelmatige veelhoeken. De scheuren zijn veelal door en
door.
Normale scheurvorming ontstaat
aan het einde van de (structurele) levensduur van een asfaltverharding
en is een duidelijk signaal dat de constructie is bezweken.
|
|
|
- Oorzaak

- te zware verkeersbelasting voor de constructie
- herhaaldelijk remmend/optrekkend zwaar verkeer (uitrit)
- reflectiescheuren vanuit de fundering
- scheurdoorslag vanuit de onderliggende asfaltlagen
- scheuren door hoogteverschillen in fundering (bloemkooleffect)
- veroudering van de deklaag (einde levensduur)
- ernstige temperatuurwisselingen (uitzetten en krimpen)
- losliggende lagen in de constructie
- onjuiste mengselsamenstelling van het asfalt
- uitdroging van de ondergrond door bijvoorbeeld bomen
- verlaging van de grondwaterstand
- slechte verdichting van het asfalt
- te weinig draagkracht van de fundering
- verzakkingen van de ondergrond
- verlies draagkracht van fundering of zandbed
- te weinig of te harde bindmiddel in asfalt (stug asfalt)
- onvoldoende homogeen asfaltmengsel (PR)
- vochtindringing in onderliggende lagen
- slechte verbredingsconstructie
- opdooi na winterse perriode (bij ‘natte’ fundering)
- te smalle verharding, waardoor veel belasting in hetzelfde spoor
- Schade

- verminderd draagvermogen van de rijbaan
- naderen einde levensduur van de deklaag of totale rijbaanconstructie
- verkeersonveiligheid weggebruikers
- kans op uitbreken van stukken asfalt
- achteruitgaan van rijcomfort voor weggebruiker
- rijbaanconstructie is bezweken

|
|
Onderhoud bij lichte scheurvorming (< 5 mm): |
| Scheurvulling |
| Oppervlakbehandeling |
| Verjongingsmiddel |
Slembehandeling
|
| Emulsieasfaltbeton |
| Onderhoud bij: |
- ernstige scheurvorming (> 5 mm)
- craquelé: |
|
| Scheurvulling |
| Deklaag vervangen (eventueel tussenlaag)
|
| Gietasfalt |
| Overlaging |
| Volledige vervanging
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
 |
|
Toelichting
Oneffenheden zijn schades in vlakheid (verzakkingen en opdrukkingen) in lengterichting. Eventueel
in combinatie met vlakheidschade in dwarsrichting.
Het zijn vaak korte of lange golvingen in de weg. Bijvoorbeeld
ribbelvorming bij verkeerlichtinstallaties of bloemkooleffect bij 'werkende' hoogovenslakken in de fundering.
Schade door boomwortelgroei met opdrukking van het wegdek wordt ook gezien als oneffenheden.
Ribbelvorming in een opstelvak van een verkeerslichtinstallatie is ook een vorm van oneffenheden. Het kunnen korte of lange golvingen in de weg zijn.
|
- |
|
- Oorzaak

- nazakken grondwerk kabels- en leidingensleuf
- ongelijkmatige zettingen in fundering of ondergrond
- onvoldoende verankering van deklaag op tussenlaag
- bloemkooleffect in fundering van hoogovenslakken door spanningen
- schade door boomwortelgroei
- zettingen bij stootplaten van kunstwerk
- herhaaldelijk remmend en optrekkend zwaar verkeer
- onregelmatige verzakkingen of hoogten in het wegdek
- Schade

- scheurvorming bij een opdrukking van het asfalt
- water in verzakkingen
- verkeersonveiligheid weggebruikers
- vermindering comfort voor weggebruiker
- naderen einde levensduur afzonderlijke lagen of totale rijbaanconstructie
|
|
Onderhoud bij matige tot ernstige oneffenheden: |
| Deklaag vervangen (eventueel tussenlaag)
|
| Emulsieasfaltbeton |
| Vlakfrezen |
| Volledige vervanging
|
| Overlaging |
| Maken dilatatievoeg in fundering |
| Onderhoud bij boomwortelgroei (plaatselijk): |
| Deklaag vervangen (eventueel tussenlaag)
|
| Grindpalen onder fundering |
| Vlakfrezen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
 |
|
Toelichting
Dwarsonvlakheid
is de schade in vlakheid in het dwarsprofiel van de verharding.
Alleen vervormingen van het dwarsprofiel met een lengte van 5 meter en
een aaneengesloten karakter worden genoteerd bij dwarsonvlakheid. Voorbeeld is spoorvorming.
Spoorvorming met een steile flank duidt op een vervorming in de
bovenste lagen van de rijbaan. Een brede dwarsonvlakheid in de onderste
lagen van de rijbaan of fundering. |
|
|
- Oorzaak

- nazakken ondergrond of fundering bij aansluiting kunstwerk
- nazakken grondwerk kabels- en leidingensleuf
- nazakken van riolering
- nazakken van uitgebreide asfaltstrook
- spoorvorming door herhaalde zware aslasten van zwaar
- verkeer bij hoge temperaturen
- spoorvorming door langzaam rijdend vrachtverkeer
- te hoog percentage aan bitumen
- zeer lage holle ruimte en daardoor overvulling door te veel
- verdichting
- slechte aanbreiding van een verbredingsconstructie
- Schade

- verkeersonveilig door aquaplaning
- vermindering comfort voor weggebruiker
- naderen einde levensduur afzonderlijke lagen of totale rijbaanconstrcutie
- onregelmatige verzakkingen of hoogten in het wegdek
- scheurvorming in wegdek
- water in verzakkingen
- achteruitgaan van rijcomfort voor weggebruiker
- verkeersonveiligheid weggebruikers
|
|
Onderhoud bij matige dwarsonvlakheid: |
| Deklaag vervangen (eventueel tussenlaag) |
| Emulsieasfaltbeton |
| Onderhoud bij ernstige dwarsonvlakheid: |
| Deklaag vervangen (eventueel tussenlaag) |
| Vlakfrezen |
| Sporen vullen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
 |
|
Toelichting
Gaten in
het asfalt ontstaan vooral door een combinatie van veroudering, vocht,
vorst en zware verkeersbelasting.
Het proces begint meestal met kleine scheurtjes of rafeling, waardoor
water in het asfalt kan doordringen. Wanneer het water bevriest, zet
het uit en zorgt het voor grotere scheuren. Dit proces herhaalt zich
bij vorst-dooicycli’s, waardoor steentjes uit het asfalt worden
gedrukt en gaten ontstaan. Uit craquelé kunnen gaten uit ontstaan.
Voor
onderzoeksdoeleinden van asfalt(lagen) worden er kernen uit een
asfaltverharding geboord en dichtgezet. Deze gaten kunnen opnieuw open
komen te staan. Ze dienen gedegen opgevuld te worden.
|
|
|
-
- Oorzaak

- plaatselijk loslaten van deklaag door slechte hechting met tussenlaag
- boorkernen door verhardingsonderzoeken
- te zware (wringend) verkeersbelasting op de constructie
- herhaaldelijk remmend/optrekkend zwaar verkeer (uitrit)
- reflectiescheuren vanuit de fundering
- vervolgschade door scheurvorming
- scheurdoorslag vanuit de onderliggende asfaltlagen
- veroudering van de deklaag (einde levensduur)
- onjuiste mengselsamenstelling van het asfalt
- uitdroging van de ondergrond door bijvoorbeeld bomen
- verlaging van de grondwaterstand
- slechte verdichting van het asfalt
- te weinig draagkracht van de fundering
- verzakkingen van de ondergrond
- verlies draagkracht van fundering of zandbed
- te weinig of te harde bindmiddel in asfalt (stug asfalt)
- onvoldoende homogeen asfaltmengsel (PR)
- vochtindringing in onderliggende lagen
- opdooi na winterse perriode (bij ‘natte’ fundering)
- rijbaanconstructie is bezweken
- Schade

- vermindering comfort voor weggebruiker
- naderen einde levensduur afzonderlijke lagen of totale rijbaanconstructie
- onregelmatige verzakkingen of hoogten in het wegdek
- verdere scheurvorming in wegdek
- achteruitgaan van rijcomfort voor weggebruiker
- verkeersonveiligheid weggebruikers
- kans op verder uitbreken van naastgelegen stukken asfalt
|
|
Vullen met koud asfalt (tijdelijk) |
| Boorgaten vullen |
| Deklaag vervangen (eventueel tussenlaag) |
| Volledige vervanging
|
| Gietasfalt |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
 |
|
Toelichting
Randschade betreft schade van de vlakheid en scheurvorming die voorkomt in een strook van 0,25 m vanaf de
kant van de verharding.
Randschade komt veel voor bij plattelands- wegen met een geringe
breedte (minder dan 3,25 m). Dit wordt veroorzaakt door aslasten
van de zware landbouwvoertuigen. Ook komt het veel voor bij de overgang
van asfalt naar beton bij bushaltes.
|
-
|
|
- Oorzaak

- vochtig blijven door overgroeien van bermen veroorzaakt rafeling
- matige verdichting aan de randen
- te geringe verhardingsbreedte bij veel landbouwvoertuigen
- niet goed aangebrachte verbredingsconstructie
- slecht draagvermogen van berm (uitgereden bermen)
- slechte afwatering van berm door te hoge bermen
- onvoldoende kantopsluiting
- belasting op de rand door (onderhouds)voertuigen
- verwekende fundering of zandbed
- Schade

- loskomende asfaltbrokken aan rand
- rafeling op zijkanten van het wegdek ter hoogte van begroeiing van gras
- waterindringing in constructie
- afname van draagvermogen van fundering/zandbed
- onveiligheid voor de weggebruiker
- vermindering comfort voor weggebruiker
- naderen einde levensduur afzonderlijke lagen of totale rijbaanconstructie
- onregelmatige verzakkingen of hoogten in het wegdek
- verdere scheurvorming in wegdek
- achteruitgaan van rijcomfort voor weggebruiker
- kans op verder uitbreken van naastgelegen stukken asfalt
|
|
Vervangen asfalt aan randen
Aanbrengen grasbetontegels met
fundering naast rijbaan |
Bakfrezen asfaltlagen (of deklaag
baanbreeds)
Verbreden fundering
Nieuwe asfaltlagen met wapening |
| Onderhoud van bermen |
| Deklaag vervangen (eventueel tussenlaag) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
 |
|
Toelichting
Te
weinig stroefheid betekent dat het wegdek onvoldoende wrijving biedt
tussen de banden van een voertuig en het wegdek. Een oorzaak hiervan is polijsting. De verkeersveiligheid komt in gevaar.
Polijsting is het onder invloed van het verkeer en aanwezigheid van
stof glad schuren van de aggregaat korrels. Wanneer het grootste deel
van de aan het oppervlak aanwezige korrels is gepolijst, neemt de
stroefheid sterk af omdat de microtextuur is verdwenen.
De gevoeligheid voor polijsting hangt vooral af van het toegepaste
aggregaat in het asfaltmengsel. De weerstand tegen polijsting (PSV of
polijstgetal) kan per steensoort aanzienlijk verschillen.
Vooral op natte wegdekken
leidt te weinig stroefheid tot langere remwegen en verhoogt het risico
op aquaplaning en ongevallen. |
|
|
- Oorzaak

- loskomen van vuil, olie en rubberslijpsel door regenbui na langdurige droogte
- bepaald steenslagtype, zoals 'rood' asfalt, dat gevoeliger is voor polijsting
- polijsting van het mineraal aggregaat door langdurige verkeersbelasting
- glad bitumenlaagje van nieuw wegdek; nog niet afgesleten door autoverkeer
- dichtgereden of vetgeslagen wegdek, zoals bij SMA
- overvulde asfaltmengsels
- zweten van bitumen in asfalt
- spoorvorming, waardoor water in sporen blijft hangen
- onvoldoende textuurdiepte bij nat wegdek
- olie op de weg
- Schade

- verhoogd risico op slippen en/of langere remweg van voertuig
- waterindringing in constructie
- afname van draagvermogen van fundering/zandbed
- onveiligheid voor de weggebruiker
|
|
Deklaag vervangen (eventueel tussenlaag) |
| Oppervlakbehandeling |
| Emulsieasfaltbeton |
| Slembehandeling |
| Fijnfrezen |
| Diamantschuren |
| Planeren |
| Stralen |
| Instrooien met scherp zand |
| Reinigen van het wegdek |
Na aanleg asfalt direct afstrooien met
steenslag en inwalsen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
 |
|
Toelichting
Lassen,
zowel dwarslassen als langslassen, zijn openliggende
naden tussen twee asfaltlagen. De asfaltlagen zijn niet
tegelijkertijd warm tegen warm gedraaid.
Vooral de randen van een reparatievak vertonen vaak lassen.
|
|
|
-Oorzaak

- door temperatuurschommelingen
- matige verdichting
- te snelle afkoeling tijdens walsen bij sterke wind of bui
- plaatselijke ontmenging
- geen warm tegen warm asfalt gedraaid
- geen voegmiddel toegepast bij bakfrezen
- Schade

- vervolgschade, zoals rafeling, door openstaande naden
- water op wegdek
- vermindering comfort voor weggebruiker
- achteruitgaan van rijcomfort voor weggebruiker
- verkeersonveiligheid weggebruikers
- kans op verder uitbreken van naastgelegen stukken asfalt
|
|
Scheurvulling |
| Deklaag vervangen (eventueel tussenlaag) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
 |
|
Toelichting
Vet
is het omhoog komen van het bitumen aan het wegoppervlak door het gedruk van verkeerslasten bij hoge temperaturen.
Het wordt
vaak zichtbaar als een zwarte film (een bitumenspiegel).
Het
‘vetslaan’ komt vooral voor SMA, dunne deklagen en gietasfalt. |
|
|
- Oorzaak

- zware verkeersbelasting bij warm weer bij deklaag/oppervlaktebehandeling
- fouten in mengselontwerp
- verkeerde uitvoering van hoeveelheid van bouwmaterialen
- overvulling als mastiek groter is dan de holle ruimte in de steenfractie
- bitumenuitzetting door warm weer
- te hoog bitumengehalte bij SMA, dunne deklagen, gietasfalt en opp.beh.
- te lage holle ruimte bij vooral AC
- ontmenging van asfaltmengsel door zeer slecht bindmiddel bij warm weer
- Schade

- sterke vermindering van stroefheid door verdwijnen van textuurdiepte
- bitumen aan wegoppervlak
- verhoogd risico op slippen en/of langere remweg van voertuig
- onveiligheid voor de weggebruiker
|
|
Oppervlakbehandeling |
| Emulsieasfaltbeton |
| Deklaag vervangen (eventueel tussenlaag) |
Instrooien met verhitte steenslag of
scherp zand |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Wat is een oppervlaktebehandeling?
Scheurvulling,
of voegvulling, is een onderhoudsmaatregel waarbij
bestaande kleine zichtbare scheuren in asfalt worden gevuld met een speciale
(half)elastisch warme bitumineuze voegvulmassa of gietasfalt. De maatregel wordt
overwegend toegepast bij scheurwijdte van 3 tot 8 mm en een maximaal
hoogteverschil tussen de scheurranden van 2 tot 3 mm.
Wanneer
scheuren niet worden gevuld, kan water doordringen tot de
onderliggende lagen. Bij vorst leidt dit tot uitzetting van het water,
waardoor stukken asfalt kunnen losraken en grotere schade of gaten
ontstaan. Door scheurvulling toe te passen, wordt deze vochtindringing
sterk beperkt en de scheurdoorgroei vertraagd. In de praktijk betekent
dit: vroeg ingrijpen bij beginnende of matige scheurvorming om
versnelde achteruitgang van de asfaltconstructie op termijn te
voorkomen.
De scheurvulling wordt handmatig aangebracht en afgestrooid met dunne laag steenslag of split om:.
- om voldoende textuur (stroefheid) te krijgen
- om de vulmassa te beschermen tegen veroudering door ultraviolet licht
- voorkomen dat de automobilist bij tegenlicht door laagstaande zon de scheurreparatie voor belijning aanziet
Met een handrol wordt licht verdicht, waarna overtollig
materiaal wordt verwijderd.
Vóórdat tot deze maat regel
wordt besloten, moet worden nagegaan wat de oorzaak van de
scheurvorming is. Over het algemeen kan deze reparatie alleen worden
toegepast bij scheurvorming in de deklaag die niet is veroorzaakt door
onvoldoende hechting tussen de lagen of door veroudering. Er
kan na beoordeling van de schade worden overwogen om na het vullen van scheuren een
oppervlaktebehandeling aan te brengen over de volle breedte van een
asfaltweg.

Wat is het doel van een oppervlaktebehandeling?

Door
het aanbrengen van scheurvulling wordt voorkomen dat water en vuil de
wegconstructie binnendringen. Water en vuil zorgen voor schade. Dit helpt om vervolgschade, zoals
vorstschade en versnelde veroudering van het wegdek, te voorkomen. De
aangebrachte voegvulling blijft enigszins vervormbaar, waardoor deze
kan meebewegen met temperatuurwisselingen en verkeersbelasting zonder
direct opnieuw te scheuren.
Bij welke wegen een oppervlaktebehandeling toepassen?

Het
kan toegepast worden van wegtype 1 (tijdelijk) tot wegtype 7 (meer
structureel), mits het onder goede weersomstandigheden en op de juiste
wijze is aangebracht..
Wat zijn de randvoorwaarden voor het toepassne van een oppervlaktebehandeling?

Het aanbrengen van een voegvulling heeft alleen nut als:
- een gedegen restlevensduur van de rijbaanconstructie is aanwezig
- de deklaag mag niet losliggen van de tussenlaag
- de verharding vertoont als geheel nog geen zware constructieve schade
- de aanwezige scheuren zijn niet zeer groot en niet zeer diep
- bewust zijn dat het een tijdelijke maatregel is; een zwaardere onderhoudsmaatregel is nodig als er veel scheuren aanwezig zijn
- na het aanbrengen van de voegvulling kan de rijbaan opnieuw gemiddeld 5 tot 8 jaar mee
- scheurvulling kan alleen bij droge weersomstandigheden zonder vorst worden uitgevoerd
- wegmarkeringen kunnen pas enkele weken na het aanbrengen van de voegvulling worden aangebracht.
- niet goed
geschikt waar veel wringend verkeer te verwachten is, zoals kruispunten
en opstelvakken bij verkeersregelinstallaties
Hoe lang gaat een oppervlaktebehandeling mee?

De
exacte levensduur hangt af van de kwaliteit van de uitvoering en de
belasting van het wegdek. Het kan vrij lang meegaan 10 jaar bij weinig
verkeer tot 2 jaar bij remmend en optrekkend verkeer bij
opstelvakken van verkeersregelinstallaties.
Hoe wordt een oppervlaktebehandeling aanbracht?

Na
het schoonmaken van de scheur met een hete luchtlans wordt een
bitumineuze voegvullingsmassa in de scheur aangebracht die met
steenslag wordt ingestrooid en aangewalst. Afhankelijk van de breedte
van de scheur zal het materiaal ook in de scheur zakken waardoor als
het ware een T vulling wordt verkregen. Het verbruik aan vulmassa
bedraagt, afhankelijk van de scheurbreedte en de textuur van het
wegdek, circa 3,5 - 4,0 kg/m2. De hoeveelheid steenslag is circa 10 -
12 kg/m2. m
Wat zijn aandachtspunten bij de uitvoering?

De
reparatie moet bij droog weer worden uitgevoerd. De scheuren/lassen
mogen niet met water zijn gevuld. Aardvochtig is geen probleem omdat de
brander of lans het aanwezige vocht zal verdampen. Het succes van de
maatregel wordt bepaald door de kwaliteit van de voorbehandeling. Vocht
en onzorgvuldig omgaan met de heteluchtlans (waardoor het bitumen aan
het wegdekoppervlak verbrandt), leiden tot hechtings problemen. Ook het
toe te passen steenslag, bij voorkeur warm, moet droog zijn.
Wat zijn voorbeelden voor het aanbrengen van een oppervlaktebehandeling?
|
|
|
|
|
Wat is het?

Scheurvulling,
of voegvulling, is een onderhoudsmaatregel waarbij
bestaande kleine zichtbare scheuren in asfalt worden gevuld met een speciale
(half)elastisch warme bitumineuze voegvulmassa of gietasfalt. De maatregel wordt
overwegend toegepast bij scheurwijdte van 3 tot 8 mm en een maximaal
hoogteverschil tussen de scheurranden van 2 tot 3 mm.
Wanneer
scheuren niet worden gevuld, kan water doordringen tot de
onderliggende lagen. Bij vorst leidt dit tot uitzetting van het water,
waardoor stukken asfalt kunnen losraken en grotere schade of gaten
ontstaan. Door scheurvulling toe te passen, wordt deze vochtindringing
sterk beperkt en de scheurdoorgroei vertraagd. In de praktijk betekent
dit: vroeg ingrijpen bij beginnende of matige scheurvorming om
versnelde achteruitgang van de asfaltconstructie op termijn te
voorkomen.
De scheurvulling wordt handmatig aangebracht en afgestrooid met dunne laag steenslag of split om:.
- om voldoende textuur (stroefheid) te krijgen
- om de vulmassa te beschermen tegen veroudering door ultraviolet licht
- voorkomen dat de automobilist bij tegenlicht door laagstaande zon de scheurreparatie voor belijning aanziet
Met een handrol wordt licht verdicht, waarna overtollig
materiaal wordt verwijderd.
Vóórdat tot deze maat regel
wordt besloten, moet worden nagegaan wat de oorzaak van de
scheurvorming is. Over het algemeen kan deze reparatie alleen worden
toegepast bij scheurvorming in de deklaag die niet is veroorzaakt door
onvoldoende hechting tussen de lagen of door veroudering. Er
kan na beoordeling van de schade worden overwogen om na het vullen van scheuren een
oppervlaktebehandeling aan te brengen over de volle breedte van een
asfaltweg.

Wat is het doel?

Door
het aanbrengen van scheurvulling wordt voorkomen dat water en vuil de
wegconstructie binnendringen. Water en vuil zorgen voor schade. Dit helpt om vervolgschade, zoals
vorstschade en versnelde veroudering van het wegdek, te voorkomen. De
aangebrachte voegvulling blijft enigszins vervormbaar, waardoor deze
kan meebewegen met temperatuurwisselingen en verkeersbelasting zonder
direct opnieuw te scheuren.
Bij welke wegen toepassen?

Het
kan toegepast worden van wegtype 1 (tijdelijk) tot wegtype 7 (meer
structureel), mits het onder goede weersomstandigheden en op de juiste
wijze is aangebracht..
Wat zijn de randvoorwaarden?

Het aanbrengen van een voegvulling heeft alleen nut als:
- een gedegen restlevensduur van de rijbaanconstructie is aanwezig
- de deklaag mag niet losliggen van de tussenlaag
- de verharding vertoont als geheel nog geen zware constructieve schade
- de aanwezige scheuren zijn niet zeer groot en niet zeer diep
- bewust zijn dat het een tijdelijke maatregel is; een zwaardere onderhoudsmaatregel is nodig als er veel scheuren aanwezig zijn
- na het aanbrengen van de voegvulling kan de rijbaan opnieuw gemiddeld 5 tot 8 jaar mee
- scheurvulling kan alleen bij droge weersomstandigheden zonder vorst worden uitgevoerd
- wegmarkeringen kunnen pas enkele weken na het aanbrengen van de voegvulling worden aangebracht.
- niet goed
geschikt waar veel wringend verkeer te verwachten is, zoals kruispunten
en opstelvakken bij verkeersregelinstallaties
Hoe lang gaat het mee?

De
exacte levensduur hangt af van de kwaliteit van de uitvoering en de
belasting van het wegdek. Het kan vrij lang meegaan 10 jaar bij weinig
verkeer tot 2 jaar bij remmend en optrekkend verkeer bij
opstelvakken van verkeersregelinstallaties.
Hoe wordt het aanbracht?

Na
het schoonmaken van de scheur met een hete luchtlans wordt een
bitumineuze voegvullingsmassa in de scheur aangebracht die met
steenslag wordt ingestrooid en aangewalst. Afhankelijk van de breedte
van de scheur zal het materiaal ook in de scheur zakken waardoor als
het ware een T vulling wordt verkregen. Het verbruik aan vulmassa
bedraagt, afhankelijk van de scheurbreedte en de textuur van het
wegdek, circa 3,5 - 4,0 kg/m2. De hoeveelheid steenslag is circa 10 -
12 kg/m2. m
Wat zijn aandachtspunten bij uitvoering?

De
reparatie moet bij droog weer worden uitgevoerd. De scheuren/lassen
mogen niet met water zijn gevuld. Aardvochtig is geen probleem omdat de
brander of lans het aanwezige vocht zal verdampen. Het succes van de
maatregel wordt bepaald door de kwaliteit van de voorbehandeling. Vocht
en onzorgvuldig omgaan met de heteluchtlans (waardoor het bitumen aan
het wegdekoppervlak verbrandt), leiden tot hechtings problemen. Ook het
toe te passen steenslag, bij voorkeur warm, moet droog zijn.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Wat is een slembehandeling?

Een slembehandeling is het aanbrengen van een gietbaar mengsel dat bestaat uit een fijn mineraal aggregaat (brekerzand en vulstof),
bitumenemulsie en eventuele hulpstoffen, zoals kalk of cement en een
eventuele stabilisator (om de breektijd van de emulsie te beïnvloeden).
Een
slemlaag vormt een dunne beschermende conserverende laagje op de bestande te behandelen wegdek. Het mengsel hoeft niet te
worden verdicht. De slem wordt afgestrooid met zand of fijne steenslag.
Slem wordt niet toegepast op kruisingen en weefvakken. Op dit soort locaties is de kans op onthechting te groot. De slem is enkele millimeters dik en hoeft niet te worden verdicht.
Door het toepassen
van asfaltslem krijgen het asfalt een nieuwe beschermlaag. Asfaltslem
is een vuller voor het herstellen van rafeling, kleine scheurtjes en
craquelé. Tevens kan de slem gebruikt worden om oud asfalt op te
frissen. Het krijgt direct een geheel ander uiterlijk.

Wat is het doel?

Slem
wordt aangebracht om een asfaltdeklaag met lichte beginnende
rafeling of haarscheuren te conserveren. Het gaat om het verbeteren van
de eigenschappen van het wegdek. Een oppervlaktebehandeling is
nadien wel nodig om de stroefheid van het wegdek te herstellen. Het is een snel, relatief goedkope
onderhoudsmaatregel. Het veroorzaakt weinig verkeershinder.
Een slembehandeling wordt meestal toegepast
als voorbewerking voorafgaande aan een oppervlakbehandeling, of in
combinatie daarmee als micro-combi. Met slemmen zijn geen
profielcorrecties mogelijk. Het aanbrengen van wegenverf moet tot
enkele weken na het aanbrengen van de slem worden gewacht.
Bij welke wegen toepassen?
Voor rijbanen met wegtypen 4
t/m 5. In verband met de afnemende stroefheid is het niet geschikt
voor rijbanen met wegtype 1 t/m 3. Door de
fijne gradering heeft een slembehandeling een geringe textuurdiepte,
waardoor de stroefheid verminderd.
Wat zijn de randvoorwaarden?
Hoe lang gaat het mee?

Het is een tijdelijke
maatregel voor ca. 5 jaar. De
levensduurverlenging die kan worden gerealiseerd varieert van twee tot
drie jaar voor wegen binnen de bebouwde kom tot een enkel jaar voor
wegen met rijsnelheden tot 80 km/h.
De zeer
dunne slemlaag laat aan het eind van de levensduur in korte tijd over
het hele oppervlak los.
Hoe wordt het aanbracht?

Handmatig aanbrengen
De
meest simpele vorm is het handmatig uitgieten van het materiaal op het
wegdek en het instrooien met zand. Met een bezem of trekker worden zand
en emulsie gemengd en gelijktijdig in de scheuren geveegd. De afwerking
bestaat uit het afstrooien met zand of fijne steenslag om kleven te
voorkomen. Deze uitvoering leent zich uitsluitend voor kleinere
oppervlakken en geringe schade. Voor het uitvoeren van kleinere
reparaties worden voorgemengde, in emmers verpakte slem op de markt
gebracht.
Machinaal aanbrengen
Bij
voorkeur wordt slem met een speciaal ontwikkelde mobiele continumenger op een vrachtauto bereid. De grondstoffen bevinden
zich in silo’s of tanks op de vrachtwagen. Vanuit de menger stroomt de
slem in een speciale verdeel spreidinrichting (slede) die achter de
wagen is gemonteerd. De slede bestaat uit een raamwerk waarin een in
hoogte instelbare rubberstrook is bevestigd.
Het verbruik aan slemspecie is sterk afhankelijk van de textuur
van het wegoppervlak. In het algemeen bedraagt het verbruik 4 à 6
kg/m2. Voor het oppeppen van een oud, maar verder uitstekend
functionerend wegdek is soms minder dan 2 kg/ m2 voldoende. Bij een
grove textuur ligt het verbruik hoger. Voor het slemmen van een
oppervlakbehandeling die is afgestrooid met steenslag 4/8 ligt het
verbruik op circa 9 kg/m2
Wat zijn aandachtspunten bij uitvoering?

Aandachtspunt is de stroefheid. Door de
fijne gradering heeft een slembehandeling een geringe textuurdiepte,
waardoor de stroefheid verminderd. Daarom is toepassing van een
slembehandeling alleen verantwoord waar een nat wegdek geen gevolgen
heeft voor de verkeersveiligheid.
De maatregel kan alleen worden uitgevoerd
bij droge weersomstandigheden. Als er regen wordt verwacht
of bij kans op (nacht)vorst, moet niet worden geslemd. Het te behandelen oppervlak
moet schoon zijn en mag een beetje vochtig zijn, maar zonder plassen.
Wegmarkeringen moeten bij voorkeur enkele weken na het aanbrengen van
de slem worden aangebracht. De verwerkingssnelheid ligt op circa 4 km/h
bij machinale toepassing. De droogperiode varieert afhankelijk van de
weersomstandigheden van 30 minuten tot 5 uur. Tijdens deze periode is
geen verkeer toegestaan op het wegvak.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Wat is het?

Emulsie-asfaltbeton
(EAB) is een koud bereid mengsel van mineraal aggregaat (steenslag,
brekerzand en vulstof) en bitumenemulsie. Het aggregaat heeft een
gegradeerde opbouw. Aan het mengsel worden cement en soms
stabilisatoren toegevoegd om het verwerkingsgedrag te sturen. Bij EAB gaat het om laagdikten die variëren tussen circa 5 en 30
mm, afhankelijk van de toepassing, het systeem en de mengselsoort.
Na het beoordelen van het bestaande wegdek kan een keuze worden gemaakt in drie mengselsoorten: EAB 0/3, EAB 0/6 en EAB 0/8.
- EAB 0/3: voor microdeklagen, conservering; verkeersklasse 2 en 3
- EAB 0/6: voor microdeklagen, spoorvullingen en profileerlagen; verkeersklasse 2 t/m 4
- EAB 0/8: voor spoorvullingen, profileerlagen en soms voor microdeklagen; verkeersklasse 2 t/m 5.

Wat is het doel?

Het aanbrengen van een emulsie-asfaltbeton leidt tot verschillende doeleinden, zoals:
- conserveren van verschraalde wegdekken
- tegengaan van lichte rafeling
- verbeteren van stroefheid van het wegdek
- opheffen van rijsporen en dwarsonvlakheden in het wegdek
- aanbrengen van pigmenten voor kleuraccenten in bijvoorbeeld fietsstroken
Het levert geen bijdrage aan de verbetering van de draagkracht.
Bij welke wegen toepassen?

Vooral
geschikt op wegdek waar weinig wringend verkeer aanwezig is. Weg kan na
uitvoering snel weer worden opengesteld voor verkeer.
Vooral geschikt bij spoorvorming, grotere scheuren, rafeling en vlakheidsproblemen.
Ook geschikt in combinatie met spoorvorming bij lichte scheurvorming.
Vooral geschikt op wegdek waar weinig wringend verkeer aanwezig is.
Wat zijn de randvoorwaarden?
- door de toevoeging van cement is het geen duurzame maatregel
- het is een tijdelijke onderhoudsmaatregel
Hoe lang gaat het mee?

EAB
als conserverende maatregel heeft een levensduur van 5 tot 9 jaar,
afhankelijk van de aanwezige structurele schade van het wegdek. Het is
geschikt voor situaties waarin de bovenlaag aangetast is, maar de
onderliggende constructie nog stevig is.
Hoe wordt het aanbracht?

Na beoordeling van het wegdek wordt een keuze gemaakt uit het systeem, het type mengsel en de aan te brengen laagdikte. Tijdens de verwerking begint
direct het breekproces van de bitumenemulsie en treedt het
productiewater uit. Na aanbrengen zet dit proces zich voort waarbij de
korrels mineraal aggregaat zich onderling en aan het wegoppervlak
hechten. Zo ontstaat binnen een tiental minuten een op een korrelskelet
gebaseerd asfaltmengsel. Kenmerkend voor EAB is dat de verdichting niet
plaatsvindt door walsen, maar onder de reguliere verkeersbelasting. Na 15 à 20 minuten kan het verkeer worden toegelaten. Na
aanbrengen van de gewenste laag zijn geen aanvullende werkzaamheden
noodzakelijk, buiten het verwijderen van plakmiddelen en wegafzettingen.

Wat zijn aandachtspunten bij uitvoering?

Eventueel
aanwezige scheuren in het wegdek moeten vooraf worden gedicht. Plaatsen
waar een scheidingslaag tussen het bestaande wegdek en het aan te
brengen EAB zou kunnen ontstaan (bijv. markeringen, stof, olie en
andere verontreinigingen) moeten worden verwijderd. De plaatsen waar
geen EAB gewenst is moeten worden afgedekt. Denk aan putdeksels en
dergelijke. Omdat EAB als dunne laag wordt aangebracht is het mogelijk
tussen de aanwezige wegmarkeringen te werken. Om deze markeringen te
handhaven moeten tijdens de voorbereidingen maatregelen getroffen
worden om deze schoon te houden.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Wat is het?

Het
vervangen van een deklaag is een ingrijpende, kostbare en
doeltreffende onderhoudsmaatregel waarbij de bovenste laag van het
asfaltwegdek volledig of platselijk wordt verwijderd (frezen) en vervangen door een
nieuwe
asfalt. De dikte van de nieuwe laag ligt meestal tussen 30 en 45
mm, iets meer dan de laagdikte van de bestaande deklaag.
De deklaag moet in zijn geheel worden verwijderd.

Na de beoordeling van boorkernen kan nodig zijn een zwaarde
onderhoudsmaatregel toe te passen dan alleen het vervangen van de
deklaag. Het onderhoud kan dan bestaan uit verschillende maatregelen:
| #1 |
Plaatselijk matige schadebeelden in deklaag, klik hier |
|
| #2 |
Plaatselijk ernstige schadebeelden in deklaag en tussenlaag in fietspad, klik hier |
|
| #3 |
Plaatselijk ernstige schadebeelden in deklaag en tussenlaag, klik hier |
|
| #4 |
Veel voorkomende matige schadebeelden in deklaag, klik hier |
|
| #5 |
Veel voorkomende ernstige schadebeelden in deklaag en tussenlaag, klik hier |
|
| #6 |
Veel voorkomende ernstige schadebeelden in deklaag en tussenlaag (versterken), klik hier |
|
| #7 |
Veel voorkomende ernstige schadebeelden in deklaag en tussenlaag, klik hier |
|
|
|
|
|
|
|
| #1 |
|
Plaatselijke matige schadebeelden in deklaag |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Toepasbaar bij voetpaden, fietspaden en rijbanen |
|
|
-
-
-
|
plaatselijk enkele ondiepe en/of smalle scheuren
plaatselijk enkele rafelingsproblemen
plaatselijk enkele oppervlakkige gaten |
|
|
|
|
|
|
|
Onderhoudsmaatregelen
|
|
|
-
- |
deklaag plaatselijk bakfrezen (≤ 40 mm)
nieuwe deklaag aanbrengen in inlage |
|
|
|
|
|
|
|
Wat zijn de randvoorwaarden?
|
|
|
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
- |
geschikt voor voetpaden, fietspaden en rijbanen
er zijn weinig ernstige schades in de deklaag
hoeveelheid ernstige schades komt beperkt voor in het wegvak
eventuele aanwezige scheuren zijn ondiep en niet breed
de tussen-, onderlaag en fundering is stabiel en vrij van schade
het bindmiddel is nog goed actief in de volledige constructie
de huidige constructieopbouw voldoet nog steeds
een gedegen restlevensduur van de rijbaanconstructie is aanwezig
ernstige scheuren lopen niet door tot en met onderkant van rijbaan
de schade kan bestaan uit rafeling in de middennaad van de rijbaan
de restlevensduur van de bestaande constructie is voldoende
< 20% van de totale deklaag heeft onderhoud nodig, anders de onderhoudsmaatregel baanbreeds uitvoeren |
|
|
|
|
|
| #2 |
|
Plaatselijke ernstige schadebeelden in deklaag en tussenlaag in fietspad |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Toepasbaar bij voetpaden en fietspaden |
|
|
-
-
- |
plaatselijk enkele ondiepe en/of smalle scheuren
plaatselijk enkele matige oneffenheden en onvlakheden
plaatselijk enkele oppervlakkige gaten |
|
|
|
|
|
|
|
Onderhoudsmaatregelen
|
|
|
-
-
-
- |
deklaag plaatselijk bakfrezen (≥ 60 mm)
wapeningsnet eventueel aanbrengen
nieuwe deklaag AC 11 surf aanbrengen in bak inlage (≥ 60 mm)
eventueel oppervlakte behandeling aanbrengen over geheel wegvaktraject |
|
|
|
|
|
|
|
Wat zijn de randvoorwaarden?
|
|
|
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
- |
geschikt voor voetpaden en fietspaden
er zijn relatief weinig ernstige schades in deklaag en tussenlaag
herstel bij vooral scheuren en oneffenheden en onvlakheden
alleen toepasbaar in fietspaden met bijvoorbeeld boomwortelschade
de tussen-, onderlaag en fundering is stabiel en vrij van schade
de rijbaan wordt licht belast, zoals bij fietspad
het bindmiddel is nog goed actief in de volledige constructie
de huidige constructieopbouw voldoet nog steeds
een gedegen restlevensduur van de rijbaanconstructie is aanwezig
eventuele aanwezige scheuren zijn ondiep en niet breed
de schade is alleen in de deklaag en tussenlaag aanwezig
de restlevensduur van de bestaande constructie is voldoende
< 20% van de totale deklaag heeft onderhoud nodig, anders de onderhoudsmaatregel baanbreeds uitvoeren |
|
|
|
|
|
|
|
| #3 |
|
Plaatselijke ernstige schadebeelden in deklaag en tussenlaag met autoverkeer |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Toepasbaar bij fietspaden en rijbanen |
|
|
-
-
- |
plaatselijk enkele diepe en/of brede scheuren
plaatselijk enkele ernstige oneffenheden en onvlakheden
plaatselijk oppervlakkige gaten |
|
|
|
|
|
|
|
Onderhoudsmaatregelen
|
|
|
-
-
-
-
-
|
deklaag plaatselijk bakfrezen
tussenlaag plaatselijk bakfrezen
wapeningsnet (eventueel) op onderlaag aanbrengen
nieuw asfalt in inlage tussenlaag aanbrengen
nieuw asfalt in inlage deklaag aanbrengen |
|
|
|
|
|
|
|
Wat zijn de randvoorwaarden?
|
|
|
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
- |
geschikt voor fietspaden en rijbanen
er zijn relatief weinig ernstige schades in deklaag en tussenlaag
herstel bij vooral ernstige scheuren,
oneffenheden en onvlakheden
toepasbaar in wegdek
met bijvoorbeeld boomwortelschade
de onderlaag en fundering is stabiel en vrij van schade
het bindmiddel is nog goed actief in de volledige constructie
de huidige constructieopbouw voldoet nog steeds
een gedegen restlevensduur van de rijbaanconstructie is aanwezig
de aanwezige scheuren zijn diep en/of breed
ernstige scheuren lopen door tot en met onderkant van rijbaan
de schade is plaatselijk in de deklaag en tussenlaag aanwezig
de restlevensduur van de bestaande constructie is voldoende
de volgende toekomstige onderhoudsmaatregel wordt baanbreeds uitgevoerd
< 20% van de totale deklaag heeft onderhoud nodig, anders de onderhoudsmaatregel baanbreeds uitvoeren |
|
|
|
|
|
| #4 |
|
Veel voorkomende matige schadebeelden in deklaag in fietspad of rijbaan |
|
|
|
|
|
|
|
Toepasbaar bij fietspaden en rijbanen |
|
|
-
- |
eventueel ernstige rafeling baanbreeds aanwezig
eventueel sprake van veel voorkomende ondiepe en/of smalle scheuren in deklaag
|
|
|
|
|
|
|
|
Onderhoudsmaatregelen
|
|
|
-
- |
deklaag baanbreeds selectief frezen
nieuwe deklaag baanbreeds aanbrengen |
|
|
|
|
|
|
|
Wat zijn de randvoorwaarden?
|
|
|
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
- |
geschikt voor fietspaden en rijbanen
er zijn veel ernstige ondiepe en smalle schades in deklaag
er is ernstige rafeling aanwezig
er zijn geen ernstige schades in tussenlaag of onderlaag
tussenlaag, onderlaag en fundering is stabiel en vrij van schades
eventuele aanwezige rafeling of scheurvorming is in lichte tot matige vorm aanwezig
het bindmiddel is nog goed actief in de tussen- en onderlaag
de huidige constructieopbouw voldoet nog steeds
ouderdom deklaag van de rijbaan ca. 10 tot 15 jaar
er wordt geen functiewijziging van de rijbaan verwacht a.g.v. nieuwe planontwikkelingen in de buurt
de restlevensduur van de bestaande constructie is voldoende
|
|
|
|
|
|
| #5 |
|
Veel voorkomende ernstige schadebeelden in deklaag en tussenlaag |
|
|
|
|
|
|
|
Toepasbaar bij fietspaden en rijbanen |
|
|
-
-
-
|
veel voorkomende scheuren in deklagen
plaatselijk ernstige oneffenheden en onvlakheden in tussenlaag
het wegpeil kan niet omhoog; er zijn belemmingern door trottoirbanden, kolken, etc.
|
|
|
|
|
|
|
|
Onderhoudsmaatregelen
|
|
|
-
-
-
-
- |
deklaag baanbreeds selectief frezen
tussenlaag plaatselijk bakfrezen bij ernstige schades in tussenlaag
eventueel wapeningsnet onder tussenlaag
nieuw asfalt in inlage tussenlaag aanbrengen
nieuwe deklaag baanbreeds aanbrengen |
|
|
|
|
|
|
|
Wat zijn de randvoorwaarden?
|
|
|
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
|
er zijn veel ernstige schades in de deklaag en plaatselijk in de tussenlaag
herstel bij eventuele ernstige scheurvorming, craquelé, oneffenheden en/of onvlakheden
de eventuele aanwezige scheuren zijn diep en/of breed
de onderlaag en fundering is stabiel en vrij van schade
het bindmiddel is nog goed actief in de tussen- en onderlaag
de huidige constructieopbouw voldoet nog steeds
een gedegen restlevensduur van de rijbaanconstructie is aanwezig
het bindmiddel is nog goed actief in de tussenlaag en onderlaag
verhoging van wegpeil is niet mogelijk in verband met aanwezigheid van trottoirbanden, kolken, etc
de bestaande deklaag en tussenlaag kunnen ca. 10 tot 15 jaar oud zijn
de huidige constructieopbouw voldoet nog steeds
de restlevensduur van de bestaande constructie is voldoende
er wordt geen functiewijziging van de rijbaan verwacht door nieuwe planontwikkelingen, verhoogde verkeersbelastingen, etc
er zijn binnen 10 jaar geen rioolvervanging onder de weg of verkeerskundige aanpassingen aan de weg te verwachten
het profiel van de weg voldoet verkeerskundig nog steeds
een draagkrachtonderzoek is uitgevoerd; advies over beoogde onderhoudsmaatregel is bekend
er zijn geen trottoirbanden of kolken langs de rijbaan, die verhoogd moeten worden
een draagkrachtonderzoek is uitgevoerd; advies over beoogde onderhoudsmaatregel is bekend
|
|
|
|
|
|
|
|
| #6 |
|
Veel voorkomende ernstige schadebeelden in deklaag en tussenlaag |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Toepasbaar bij fietspaden en rijbanen |
|
|
-
-
- |
veel voorkomende diepe en/of brede scheuren
veel voorkomende ernstige oneffenheden en onvlakheden
het wegpeil kan omhoog; geen belemmingern door trottoirbanden, kolken, etc.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Onderhoudsmaatregelen
|
|
|
-
-
-
-
-
- |
deklaag baanbreeds selectief frezen
tussenlaag plaatselijk bakfrezen
eventueel wapeningsnet onder tussenlaag
nieuw asfalt in inlage tussenlaag aanbrengen
nieuwe extra tussenlaag, profileerlaag of plaatselijke uitvullaag baanbreeds aanbrengen
nieuwe deklaag baanbreeds aanbrengen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Wat zijn de randvoorwaarden?
|
|
|
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
- |
geschikt voor rijbanen met zwaar verkeer
er zijn veel ernstige schades in deklaag en plaatselijk in tussenlaag
bij rijbanen met relatief beperkt hoeveelheid zware belastingen
bij rijbanen met bezweken deklaag
eventuele aanwezige scheuren zijn diep en/of breed
de onderlaag en fundering is stabiel en vrij van schade
bij fietspaden ernstige scheuren en craquele door boomwortelschade
het fietspad kan plaatselijk bezweken zijn
de restlevensduur van het fietspad is niet maatgevend
de restlevensduur van de huidige rijbaanconstructie is beperkt
het bindmiddel is nog redelijk actief in de tussen- en onderlaag
de tussenlaag en onderlaag van de rijbaan bezit nog een relatief goede levensduur
de bestaande deklaag en tussenlaag kunnen ca. 10 tot 15 jaar oud zijn
versterking van de rijbaan is noodzakelijk
verhoging van wegpeil is mogelijk door aanwezigheid van naastgelegen bermen, die iets verhoogd kunnen worden
er zijn geen trottoirbanden of kolken langs de rijbaan, die verhoogd moeten worden
er wordt geen functiewijziging van de rijbaan verwacht door nieuwe planontwikkelingen, verhoogde verkeersbelastingen, etc
het vervangen van riolering onder de rijbaan vindt niet plaats binnen 10 jaar
het profiel van de weg voldoet verkeerskundig nog steeds
omvangrijke verkeerskundige aanpassingen aan de weg zijn niet te verwachten
een draagkrachtonderzoek is uitgevoerd; advies over beoogde onderhoudsmaatregel is bekend
|
|
|
|
|
|
|
|
| #7 |
|
Veel voorkomende ernstige schadebeelden in rijbaan |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Toepasbaar bij rijbanen |
|
|
-
-
- |
veel voorkomende diepe en/of brede scheuren
veel voorkomende ernstige oneffenheden en onvlakheden
het wegpeil kan niet omhoog; er zijn belemmingern door trottoirbanden, kolken, etc.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Onderhoudsmaatregelen
|
|
|
-
-
-
-
- |
deklaag baanbreeds selectief frezen
tussenlaag baanbreeds frezen
eventueel wapeningsnet onder tussenlaag
nieuwe tussenlaag baanbreeds aanbrengen
nieuwe deklaag baanbreeds aanbrengen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Wat zijn de randvoorwaarden?
|
|
|
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
- |
geschikt voor rijbanen, niet voor fietspaden (te zware maatregel)
er zijn veel ernstige schades aanwezig in deklaag en tussenlaag
eventuele aanwezige scheuren zijn diep en/of breed
bij rijbanen met bezweken deklaag en tussenlaag
de onderlaag en de fundering zijn nog stabiel en zijn vrij van schade
bij fietspaden kunnen ernstige scheuren en craquele veroorzaakt zijn door boomwortelschade
bij fietspaden bevat bezweken plekken
de bestaande deklaag en tussenlaag heeft een redelijke ouderdom
de bestaande deklaag kan ca 10 tot 15 jaar oud zijn; de tussenlaag 15 tot 20 jaar oud
de restlevensduur van de bestaande rijbaanconstructie is matig tot nihil
verhoging van wegpeil is niet mogelijk door aanwezigheid van bermen i.v.m. trottoirbanden, kolken, etc
er wordt geen functiewijziging van de rijbaan verwacht door nieuwe planontwikkelingen, verhoogde verkeersbelastingen, etc
het profiel van de weg voldoet verkeerskundig nog steeds
het vervangen van riolering onder de rijbaan vindt niet plaats binnen 10 jaar
een draagkrachtonderzoek is uitgevoerd; advies over beoogde onderhoudsmaatregel is bekend |
|
|
|
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx |
|
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx |
|
Wat is het doel?

Het
doel van het vervangen van een deklaag met eventueel de tussenlaag is om ernstige schade's aan het
wegdek te herstellen. Er wordt hiermee ook voorkomen dat schade
doorgrijpt naar de onderliggende asfaltlagen, zoals vorstschade. Ook wordt voorkomen dat
verkeersonveiligheid ontstaat voor weggebruikers.

Bij welke wegen toepassen?

Het
wordt veelal toegepast wanneer de bestaande deklaag ernstig is beschadigd, bijvoorbeeld door scheuren, oneffenheden of rafeling.
Veelal is de restlevensduur van de bestaande deklaag nihil. Een deklaag heeft globaal een
levensduur tussen de 8 tot 15 jaar.
Hoe lang gaat het mee?

Een
nieuwe deklaag heeft, afhankelijk van het asfaltsoort, in de
praktijk een levensduur van ca. 8 tot 15 jaar. Een nieuwe tussenlaag
heeft een levensduur van 15 tot 25 jaar voor zover het een rijbaan is
waar rederlijk veel zwaar verkeer langs komt. De levensduur van een
asfaltlaag kan behoorlijk verschillen. Het is afhankelijk van kwaliteit
van de bitumen, correcte samenstelling, mate van verdichting,
weersomstandigheden, etc.
Hoe wordt het aanbracht?

De
bestaande deklaag wordt (selectief) gefreesd, waarvan het vrijkomend materiaal
wordt gerecycled in nieuwe asfaltmengsels. Vervolgens wordt het wegdek
grondig gereinigd en wordt een nieuwe asfaltlaag met een
asfaltspreidmachine aangebracht.
De nieuwe laag wordt aangewalst en afgewerkt, waarna het wegdek binnen
enkele uren weer berijdbaar is. Vervolgens wordt er een wegmarkering
aangebracht.
Wat zijn aandachtspunten bij uitvoering?

Het
wegdek moet grondig worden voorbereid: het moet schoon en droog zijn en
eventuele ondiepe schade moet worden hersteld. De omstandigheden moeten
geschikt zijn (droog weer, geen vorst). Het materiaal moet voldoen aan
gestandaardiseerde eisen en de uitvoering moet zorgvuldig gebeuren om
hechtingsproblemen te voorkomen. Bij het frezen moet ook opgelet worden
op de scheidingsgraad tussen de deklaag en de onderliggende lagen,
zodat het materiaal geschikt blijft voor recycling.
Bij bakfrezen wordt plaatselijk het asfalt in een vierkant of rechthoek
verwijderd. Het uiteinde van een bak is hol, maar moet recht zijn
voordat nieuw asfalt wordt aangebracht. Voor het recht maken van
dekanten kan een kleinere freesmachine worden ingezet.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Wat is het?

Vervanging of rehabilitatie is een onderhouds- en vernieuwingsmethode waarbij de
volledige asfaltverharding of rijbaanconstructie wordt vervangen. De
deklaag, tussenlaag, onderlaag en fundering worden verwijderd
en opnieuw met nieuw bouwmateriaal opgebouwd.
Deze methode wordt toegepast wanneer het wegdek of de
rijbaanconstructie te veel schade vertoont om nog met een
onderhoudsmaatregel te kunnen herstellen.
Rehabilitatie is geschikt
voor wegen met middelzwaar tot zwaar verkeer, waar de constructieve
staat van het asfalt onvoldoende is om nog langer veilig en functioneel
te blijven. Rehabilitatie
voor wegen met weinig zwaar verkeer is vaak niet nodig. Er kan opnieuw
worden opgebouwd op de onderlaag van de bestaande rijbaanconstructie.
Wat is het doel?

Het doel van rehabilitatie is het herstellen van de volledige structurele draagkracht van de rijbaanconstructie.
Rehabilitatie heeft als doel het wegdek structureel te vernieuwen door:
- het volledig verwijderen van verouderde of beschadigde asfaltlagen
- het herstellen of verbeteren van fundering en ondergrond
- het aanbrengen van een nieuwe asfaltconstructie met moderne mengsels
- het verbeteren van vlakheid, stroefheid en rijcomfort
Vergeleken met een onderhoudsmaatregel biedt rehabilitatie de volgende voordelen:
- een volledig vernieuwd wegdek met maximale levensduur
- herstel van constructieve draagkracht
- minimale kans op voortijdige scheurvorming of rafeling
- mogelijkheid om ontwerp- en functionele eisen aan te passen (zoals
aanpassing aan verkeersbelasting, verbreding of geluidsreductie).
Bij welke wegen toepassen?

Rehabilitatie
wordt toegepast wanneer de schade aan de bestaande asfaltverharding te
diep of te grootschalig is om herstel met
onderhoudsmaatregel rendabel te maken. Dit geldt onder andere bij
ernstige spoorvorming, craquelé, diepe scheuren, verzakkingen,
etc.
Staat van de ondergrond en constructie
De ondergrond wordt beoordeeld op stabiliteit, draagkracht en
afwatering. Indien deze onvoldoende is, wordt ook de fundering
verbeterd of vernieuwd. Een stabiele en goed drainerende ondergrond is
essentieel voor een duurzame nieuwe constructie.
Laagdikte en ontwerp
De nieuwe rijbaanconstructie wordt ontworpen op basis van de verwachte
verkeersbelasting, ondergrondcondities en gewenste levensduur. De
totale dikte van de asfaltlagen varieert doorgaans van 80 tot 200 mm,
afhankelijk van de functie van de weg en het gekozen mengseltype.
Voorbereiding van het oppervlak
Mogelijke zwakke plekken, plaatselijke verzakkingen worden vooraf
beoordeeld op extra verbeteringsmaatregelen, zodat de nieuwe
constructie homogeen en voor jaren kan worden aangebracht.
Scheurvorming
Bij rehabilitatie worden alle aanwezige scheuren volledig
geëlimineerd doordat de oude lagen volledig worden verwijderd. In
sommige gevallen kan een scheurremmende laag tussen fundering en
tussenlaag worden toegepast om reflectiescheuren te voorkomen.
Beperkingen en uitzonderingen
Rehabilitatie is een ingrijpende maatregel en wordt daarom alleen
toegepast wanneer onderhoudsmaatregelen geen nut zouden hebben. De
methode vraagt veel voorbereiding en ontwerptijd.
Wat zijn de randvoorwaarden?
Het vernieuwen van een totale rijbaanconstrcutie met fundering heeft alleen nut als:
- toepassen als de restlevensduur van de bestaande rijbaanconstructie nihil is
- een functiewijziging van de rijbaan is nodig door nieuwe planontwikkelingen
- de rijbaanconstructie voldoen niet meer door verhoogde verkeersbelastingen op de rijbaan
- het profiel van de weg voldoet verkeerskundig niet meer
- de rehabilitatie valt samen met rioolwerkzaamheden onder de weg
- een herinrichting is nodig in verband met opgaven vanuit andere vakgebieden
- een draagkrachtonderzoek is uitgevoerd; advies over een rehabilitatie is bekend, onderhoud is niet meer mogelijk
- ernstige scheuren lopen tot in de fundering
- bloemkooleffect van de bestaande fundering die bestaat uit hoogovenslakken is ernstig
- eenmalig grootschalig onderhoud heeft geen nut
- na het vervangen van de deklaag kan de rijbaan opnieuw 8 tot 12 jaar mee
- er zijn veel ernstige diepe of brede schades aanwezig mogelijk tot in de fundering
- de rijbaan heeft een ouderdom van tenminste 30 tot 50 jaar
- de restlevensduur van de bestaande rijbaanconstructie is matig tot nihil
- verhoging van wegpeil is niet mogelijk terwijl door aanwezigheid van bermen i.v.m. trottoirbanden, kolken, etc
Hoe lang gaat het mee?

Een
volledig vernieuwde rijbaanconstructie heeft, afhankelijk van
verkeersintensiteit en gedegen ontwerp, een levensduur van gemiddeld 30
tot 60 jaar. Deklagen hebben een lagere levensduur die kan
oplopen tot 10 tot 15 jaar.
Hoe wordt het uitgevoerd?
 
De
wegmarkering worden eerst verwijderd door het weg te frezen en separaat
af te voeren. Vervolgens wordt de deklaah selectief gefreesd als er
steenslag 3 bevat. Vervolgens worden de overige lagen gefreesd en
afgevoerd. Dit geldt ook voor de fundering. Dit funderingsmateriaal zou
opgewaard kunnen worden door het toevoegen van nieuw geschikt
funderingsmateriaal of additieven. Eventuele zwakke plekken in de
ondergrond worden verwijderd. Aan de hand van een
dimensioneringsberekening wordt de dikte van de nieuwe
rijbaanconstructie bepaald. Ook worden keuzes gemaakt voor de
asfaltmengselssoorten voor de deklaag, tussenlaag en onderlaag. Eke
asfaltspecie wordt zorgvuldig verdicht.
Wat zijn aandachtspunten bij uitvoering?

- goede aansluiting met bestaande asfaltlagen
- juiste temperatuur van asfalt bij aanleg
- optimale weersomstandigheden voor goede hechting en verdichting
- controle op voldoende verdichting per laag.
- controle van laagdiktes en vlakheid tijdens en na uitvoering.
- kwaliteitscontrole naar samenstelling en bitumen.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Wat is het?

Repave is
een onderhouds- en herstelmethode voor asfaltverhardingen waarbij de
bestaande deklaag ter plekke wordt hergebruikt. Het proces
combineert verhitting, frezen, mengen, herprofileren en opnieuw
verdichten in één arbeidsgang. Tijdens de uitvoering
wordt het bovenste deel van het asfalt door gespecialiseerde voertuigen
en machines verwarmd en losgemaakt, waarna het materiaal opnieuw wordt
aangebracht en verdicht tot een nieuwe toplaag. De onderliggende
asfaltconstructie blijft hierbij grotendeels behouden.
Repave is toepasbaar op wegen met licht tot middelzwaar verkeer. De
methode maakt geen gebruik van extra asfaltspecie of
verjongingsmiddelen; de oorspronkelijke mengselsamenstelling blijft
ongewijzigd.
Voordat Repave wordt toegepast, vindt een beoordeling van de bestaande
deklaag plaats. Hierbij wordt gekeken naar de samenstelling, het
bitumengehalte en de penetratiewaarde van het bitumen om te bepalen in
hoeverre de methode geschikt is als onderhoudsmaatregel.

Wat is het doel?

Repave
wordt toegepast om de levensduur van asfaltverhardingen te verlengen,
kosten te besparen en de milieubelasting te verlagen. Het doel is om
bestaand asfalt opnieuw te gebruiken door het te verwarmen, los te
woelen, te mengen en opnieuw aan te brengen, zodat een nieuwe,
kwalitatief goede deklaag ontstaat zonder het volledig te vervangen.
Het toepassen van Repave heeft als doel het wegdek baanbreeds te herstellen door:
- oppervlakkige schade aan het wegdek te herstellen
- lichte scheurvorming en rafeling te herstellen
- ruwheid en stroefheid van het wegdek te verbeteren.
Repave heeft boven het traditioneel vervangen van de deklaag de volgende voordelen:
- het verlengt de levensduur van het wegdek, waardoor er minder vaak vervanging nodig is.
- minder verkeershinder
- lagere transportkosten doordat het asfalt ter plaatse wordt verwerkt
- het voorkomt het verspillen van grondstoffen en vermindert de
CO₂-uitstoot doordat er geen nieuw asfalt hoeft te worden aangevoerd.
Bij welke wegen toepassen?

Toepasbaarheid
Repave is geschikt voor wegen waarvan de deklaag verouderd is en lichte
schade vertoont, zoals lichte spoorvorming, rafeling of oppervlakkige
scheurvorming. De onderliggende asfaltconstructie moet voldoende
(rest)draagkracht hebben en mag geen verzakkingen of ernstige scheuren
bevatten.
Staat van de ondergrond en deklaag
De aanwezige schade moet oppervlakkig zijn. Scheuren of schade die
doorlopen tot in de onderlagen zijn niet toegestaan. De onderbouw dient
stabiel te zijn om een duurzaam resultaat te garanderen. Daarnaast moet
de bestaande deklaag minimaal 25 à 30 mm dik zijn, zodat het
asfalt veilig kan worden verwarmd en losgewoeld zonder de onderlagen te
raken.
Laagdikte en homogeniteit
De nieuwe Repave-laag heeft doorgaans een laagdikte van 20 tot 30 mm,
afhankelijk van de aard van de schade en de gewenste functionaliteit
van het wegdek. De opbouw van de deklaag moet redelijk homogeen zijn
qua mengseltype en grofheid. Sterk heterogene oppervlakken met talloze
plekreparaties (zoals lappen of plakken) bemoeilijken het proces en
leiden tot een minder consistent eindresultaat.
Voorbereiding van het oppervlak
Het wegoppervlak moet schoon en vrij van losse delen, modder, mos,
algen, olie en andere verontreinigingen zijn. Deze stoffen kunnen de
verhitting, menging en hechting nadelig beïnvloeden.
Eventuele lokale ernstige schades (zoals gaten of uitgeslagen plekken)
moeten vooraf plaatselijk worden hersteld of vervangen, zodat de
Repave-machine een aaneengesloten deklaag aantreft.
Scheurvorming
Lichte tot matige scheuren (tot ca. 2–5 mm breed) in de bestaande
deklaag zijn nog geschikt voor Repave, mits ze niet doorlopen in de
onderlaag. Deze scheuren moeten vooraf worden gedicht of behandeld met
een verbindingsmiddel om waterinfiltratie te voorkomen.
Diepe of brede scheuren (> 5 mm of doorlopend tot onderlagen) duiden
op constructieve schade en moeten eerst op een andere manier worden
hersteld (bijvoorbeeld door injectie of vervanging van de aangetaste
laag).
Beperkingen en uitzonderingen
Repave is niet geschikt voor sterk geluidreducerende deklagen of ZOAB,
omdat de holle structuur en het korrelskelet kunnen veranderen door
verhitting en loswoelen. Alleen onder specifieke voorwaarden kan Repave
op zeer open asfalt worden toegepast, al wordt dit doorgaans niet
aanbevolen. De bestaande deklaag moet bestaan uit teervrij asfalt dat
voldoet aan milieuhygiënische eisen voor hergebruik.
Wat zijn de randvoorwaarden?

- geschikt voor rijbanen, minder voor fietspaden (te dure maatregel)
- er zijn alleen schades in de deklaag aanwezig
- eventuele aanwezige scheuren zijn ondiep en/of smal
- de tussenlaag, onderlaag en fundering zijn nog stabiel en zijn vrij van schade
- de restlevensduur van de bestaande rijbaanconstructie is voldoende
- verhoging van wegpeil is niet mogelijk door aanwezigheid van bermen i.v.m. trottoirbanden, kolken, etc
- er wordt geen functiewijziging van de rijbaan verwacht door nieuwe planontwikkelingen, verhoogde verkeersbelastingen, etc
- het profiel van de weg voldoet verkeerskundig nog steeds
- het vervangen van riolering onder de rijbaan vindt niet plaats binnen 10 jaar
- een draagkrachtonderzoek is uitgevoerd; advies over beoogde onderhoudsmaatregel is bekend
Hoe lang gaat het mee?

De
levensduur van een Repave-behandeling van de bestaande deklaag ligt gemiddeld tussen de 8 en 12
jaar, afhankelijk van de staat van de bestaande onderlagen, de
verkeersbelasting en de weersomstandigheden tijdens aanleg en gebruik.
Hoe wordt het uitgevoerd?
 
De bestaande verharding wordt over de voorgeschreven werkbreedte door
infraroodstralers tot de woeldiepte verwarmd. Met beitels wordt het
verwarmde asfalt tot een diepte van 20 tot 30 mm losgewoeld. Het asfalt
moet een temperatuur hebben tussen 110 en 160 °C. Het asfalt wordt
met een verdeelworm in dwarsrichting herverdeeld en met een in hoogte
instelbaar profileerblad zo geprofileerd dat een gelijkmatige hoogte
wordt verkregen ten opzichte van de naastgelegen verharding. Deze
bewerkingen gebeuren in één arbeidsgang van de
repavemachine, waarna zo snel mogelijk moet worden verdicht. De uitvoering gebeurt doorgaans in één werkgang.
Wat zijn aandachtspunten bij uitvoering?

- het oppervlak is schoon en vrij van losse delen, modder, olie, mos of andere verontreinigingen
- het wegdek bevat geen markering, koudasfalt, emulsie-asfaltbeton of oppervlakbehandeling
- wegmarkeringen vooraf verwijderen
- inspectieputten in de rijbaan leiden tot uitdagingen
- buitentemperatuur moet geschikt zijn voor thermische bewerking om een goede hechting te garanderen
- controle op voldoende verwarming en menging is noodzakelijk om een homogene laag te realiseren
- geen PR in deklaag door invloed op stijfheid van nieuwe deklaag
- voorzichtig opwarmen van de deklaag om te voorkomen dat bitumen verbranden
- hoge
windsnelheid, lage temperatuur en sterke neerslag kunnen bij de
uitvoering zeer negatief uitwerken op de kwaliteit
- wals stijf achter de balk van de asfalteringsmachine
- geen onderbrekingen tussen de aanvoer van nieuw asfalt en de productiesnelheid van de
repavemachine
- geen teerhoudende asfaltlagen in de deklaag
- de te verwijderen asfaltlaag mag niet te dik zijn
- geen gemodificeerde bitumen in de deklaag
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Wat is het?
De Remix-methode is gelijk aan de
repave-methode. Het verschil is dat het losgemaakte materiaal intensiever wordt
gemengd, vaak met toevoeging van bindmiddelen en nieuw asfalt, om een
homogeen mengsel te verkrijgen dat daarna weer wordt verspreid en
verdicht.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Wat is het?

Een verjongingsmiddel,
dat op het wegdek van asfaltwegen wordt gesproeid, bestaat uit een
mix van speciale
bitumenemulsies en verjongende additieven. Het verjongingsmiddel
dringt diep in het asfalt door en versterkt de hechting tussen de
steentjes en het zand.
Het wordt met een
sproeimachine gelijkmatig op het wegdek aangebracht. Vervolgens
wordt een laag fijne mineraal aggregaat afgestrooid om de hechting
te vergroten. Het overtollig aggregaat wordt na enige tijd opgezogen. De toepassing van
verjongingsmiddelen kan herhaaldelijk worden ingezet.
Er zijn verschillende
verjongingsmiddelen zijn beschikbaar. Ze hebben verschillende
samenstellingen en werken op andere manieren. Verjongingskuren zijn te verkrijgen in chemische
additieven, in plantaardige ECO-bitumen of een combinatie ervan.
De keuze voor een bepaald verjongingsmiddel hangt af van het
asfalttype, de leeftijd van het wegdek, het klimaat en de verwachte
verkeersbelasting.

Wat is het doel?

Het
doel van een verjongingsmiddel is om het verouderde bindmiddel
(bitumen) in het asfalt te activeren en te verjongen, waardoor de
flexibiliteit en hechtingscapaciteit van het bitumen worden hersteld.
Het herstelt de oorspronkelijke eigenschappen van het bitumen, waardoor
het wegdek weer soepeler en beter bestand is tegen verkeersbelasting.
Hierdoor wordt rafeling, het loslaten van steentjes uit het asfalt,
voorkomen en wordt de technische levensduur van het wegdek verlengd
Bij welke wegen toepassen?

Verjongingsmiddelen
worden het best ingezet wanneer het asfalt beginnende veroudering
vertoont, zoals beginnende rafeling en enig verlies van flexibiliteit,
maar nog geen grote schade heeft. Dit is meestal het geval bij een
deklaag die enkele jaren oud is en al lichte tekenen van slijtage
vertoont, maar waarbij het bindmiddel nog gedeeltelijk intact is.
Wegen met zware of intensieve verkeersbelasting verouderen sneller,
waardoor het effect van verjongingsmiddelen sneller kan verdwijnen
De
effectiviteit van verjongingsmiddelen hangt af van het asfalttype,
uitvoeringsomstandigheden, omgeving, verkeersbelasting en de regelmaat
van onderhoud.
Vooral geschikt voor wegen met lichte tot matige verkeersbelasting,
want bij zware belasting veroudert het asfalt sneller en verdwijnt het
effect sneller. Er moet weer opnieuw een verjongingsmiddel worden
aangebracht.
De behandeling wordt meestal uitgevoerd in de maanden april, mei,
augustus en september, wanneer het weer droog en niet te koud of te
warm is. Het is belangrijk dat het wegdek schoon en droog is en dat er
geen regen of vorst is tijdens of kort na de behandeling.
Wat zijn de randvoorwaarden?

- het verjongingsmiddel heeft alleen nut op een wegdek dat beginnende rafeling vertoond en lichte scheurvorming
- een rijbaan met ernstige rafeling of ernstige scheurvorming is niet geschikt voor een verjongingskuur
- is zinvol als het asfalt nog gedeeltelijk intact
is, schoon is en en onder gunstige weersomstandigheden wordt
aangebracht.
Hoe lang gaat het mee?

Een behandeling met een verjongingsmiddelverlengt
de levensduur van de asfaltdeklaag met minimaal 2 tot 3 jaar,
en soms tot wel 8 jaar afhankelijk van het type asfalt en
verkeersbelasting. Bij wegen met zware of intensieve verkeersbelasting
kan het effect sneller verdwijnen, waardoor vroegere herhaling
(bijvoorbeeld na 5 jaar) wenselijk is. Bij lichte belasting of gunstige
omstandigheden kan het tot 8 jaar duren voordat herhaling nodig is.
Hoe wordt het aanbracht?


Verjongingsmiddelen
worden op asfaltwegen aangebracht via een sproeimachine die het product
gelijkmatig op het schoongemaakte en droge wegdek spuit. Vuil, losse
materialen of vochtigheid belemmeren het doordringen van het
verjongingsmiddel. Vervolgens
wordt een dunne laag fijne mineraal aggregaat (zoals gebroken
steenslag) afgestrooid om de hechting te vergroten. Het overtollige
aggregaat wordt na enkele dagen verwijderd, bijvoorbeeld met een
zuigwagen. Het wegdek wordt soms gewalst met een bandenwals om de
hechting te optimaliseren. Eventueel
aanwezige scheuren moeten van te voren worden hersteld.
Op plaatsen waar geen verjongingsmiddel gewenst is, zoals putten en wegmarkeringen, moeten worden afgedekt. Omdat het als sproeilaag wordt aangebracht is het mogelijk
tussen de aanwezige wegmarkeringen te werken.
De behandeling is snel uitvoerbaar en veroorzaakt minimale verkeershinder.
Wat zijn aandachtspunten bij uitvoering?

Controleer
de weersomstandigheden: geen regen of vorst tijdens of kort na
aanbrenging. Het is belangrijk om niet te werken bij regen of vorst,
omdat dit het proces kan vertragen of het resultaat negatief kan
beïnvloeden. Water en vochtigheid belemmeren het doordringen
van het verjongingsmiddel in het asfalt. Bij hoge temperaturen
(luchttemperatuur boven
30°C of wegdektemperatuur boven 60°C) kan het verjongingsmiddel
te snel drogen, waardoor het niet goed doordringt. Meest geschikte
periode om het aan te brengen zijn april, mei, augustus
en september.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Wat is het?

Vlakfrezen
van
asfaltconstructies is een onderhoudsmaatregel waarbij plaatselijke
oneffenheden in de vorm van opdrukkingen in het wegoppervlak worden
verwijderd met behulp van een freesmachine. Het gaat om de 'hogere' van
het wegdek. Het wordt toegepast bij boomwortelgroei, spoorvorming,
hoogteverschillen bij overgangen of wanneer het wegdek ongelijk is
geworden door zettingen of herstelwerkzaamheden.
Tijdens het vlakfrezen wordt het asfalt plaatselijk of over een bepaald
vlak gecontroleerd afgefreesd tot de gewenste hoogte, zodat een glad en
vlak profiel ontstaat. De vrijkomende asfaltresten worden afgevoerd
voor hergebruik in nieuw asfaltmengsel.

Wat is het doel?

Het
doel van vlakfrezen is het herstellen van de vlakheid en rijcomfort van
de verharding. Door oneffenheden te verwijderen, wordt het contact
tussen banden en wegdek verbeterd, wat leidt tot verminderd
verkeerslawaai, betere waterafvoer en een veiliger wegoppervlak. Ook
voorkomt het verdere schade aan de asfaltconstructie, bijvoorbeeld door
water dat zich in kuilen ophoopt en bij vorst uitzet. Vlakfrezen kan een voorbereidende maatregel zijn vóór het uitvoeren van onderhoudsmaatregelen.
Bij het vlakfrezen van het wegdek bij wortelopdruk kan het asfalt
ernstige scheuren bezitten. Deze scheuren moeten hersteld worden om
water in de constrcutie te voorkomen. In bepaalde gevallen is het
plaatselijk vervangen van de deklaag en tussenlaag met wapening een
betere onderhoudsmaatregel dan alleen vlakfrezen.
Bij welke wegen toepassen?

Vlakfrezen kan worden toegepast op fietspaden en
wegen mits het constructief draagvermogen van de aanwezige lagen nog
voldoende is.
Veelal wordt vlakfrezen toegepast bij wegen met beperkte scheurvorming
en duidelijke hoogteverschillen, wegen met lokale opdrukkingen
door boomwortels of verzakkingen en asfaltconstructies waar een
dunne herprofilering van de deklaag voldoende is.
Wat zijn de randvoorwaarden?

Vlakfrezen is effectief als:
- de onderliggende asfaltlagen nog hechten en draagkrachtig zijn
- er geen ernstige constructieve schade of scheuren in de asfaltlagen aanwezig zijn
- het wegdek voldoende restlevensduur heeft om na het frezen nog enkele jaren goed te functioneren
- zorgt alleen voor vlakheid, waarbij een schade mogelijk nog aanwezig is
- alleen geschikt voor fietspaden of wegen met weinig verkeer
- een vervolgmaatregel is veelal nodig om de schade te herstellen
Hoe lang gaat het mee?

De levensduur van een vlakgefreesd wegoppervlak
hangt af van de verkeersbelasting, de diepte van het frezen en de
algehele conditie van de asfaltconstructie. In de praktijk varieert dit
van 2 tot 8 jaar, afhankelijk van de locatie en frequentie van
herbelasting. Wanneer het vlakfrezen gevolgd wordt door een nieuwe
deklaag, kan de levensduur verder toenemen.
Hoe wordt het uitgevoerd?

Het vlakfrezen wordt uitgevoerd met een
asfaltfreesmachine die voorzien is van een verstelbare trommel met
snijtanden. De freesdiepte wordt nauwkeurig ingesteld afhankelijk van
de aard van de onvlakheid (meestal 10–40 mm). De werkzaamheden
verlopen doorgaans in de volgende stappen:
- afzetten en reinigen van het werkvlak.
- instellen van de freesdiepte en uitvoeren van het frezen.
- afvoeren naar asfaltcentrale voor hergebruik
- eventueel aanbrengen van een kleeflaag.
- aanbrengen van een nieuwe deklaag

Wat zijn aandachtspunten bij uitvoering?

- uitvoeren bij droog weer en vorstvrije omstandigheden
- controleer vooraf de locatie van kabels, leidingen en wortelsysteem van bomen
- bij boomwortelschade: wortels selectief verwijderen en groeiruimte optimaliseren om herhaling te voorkomen
- controleer de afwatering na het frezen en breng eventueel nieuwe belijning of afwerking aan.
- zorg dat overgangsgebieden (tussen gefreesd en niet gefreesd vlak) zorgvuldig zijn afgevlakt om stootranden te vermijden.
Om herhaling te voorkomen kun de groeiruimte voor de wortels
verbeterd wordne door bomengranulaat of bomenzand aan te brengen.
Dit stimuleert de vorming van fijne wortels in plaats van grote,
opdrukkende wortels. Daarnaast kun je fysieke afscheidingen, zoals
wortelschermen aanbrengen om de wortelgroei te geleiden of te
beperken tot bepaalde zones. Ook het aanleggen van een boomkist of
boombunker onder het wegdek kan extra ruimte bieden voor wortelgroei en
schade voorkomen.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Wat is het?

Een
dilatatievoeg is een gecontroleerde scheidingsvoeg in een fundering van
de rijbaan die bewegingen in de fundering, veelal hoogovenslakken,
opvangt. De voeg voorkomt dat
spanningen in de fundering verticaal worden overgedragen aan de
asfaltlaag erboven. Hiermee wordt voorkomen dat het asfalt wordt
opgedrukt en uiteindelijk aan de bovenkant plaatselijk
scheurt, barst of vervormt.
Op een afstand van 25 meter kan
over 1 á 2 meter een dilitatievoeg in de fundering worden
gemaakt door het hoogovenslak plaatselijk te vervangen door niet hydraulisch
menggranullaat.
Wat is het doel?

Het
hoofddoel van een dilatatievoeg is het opnemen van mechanische en
thermische vervormingen binnen de fundering, zodat het wegdek
spanningsvrij blijft. In situaties waar hoogovenslakken zijn toegepast
als funderingsmateriaal is dit extra belangrijk, omdat dit materiaal
achteraf nog kan uitzetten onder invloed van vocht en temperatuur.
Het
bloemkooleffect (spatten) is een typerend schadebeeld dat optreedt bij
asfaltverhardingen waarin de funderingslaag uit hoogovenslakken of
andere hydraulische restproducten bestaat. De naam verwijst naar de
karakteristieke opbollingen in het asfalt, die na verloop van tijd
barsten vertonen en doen denken aan de onregelmatige vorm van een
bloemkool.
De oorzaak ligt in een chemische reactie tussen vrije kalk- en
magnesiumoxide (CaO en MgO) in de slakken en vocht uit de omgeving.
Deze oxiden hydrateren langzaam tot respectievelijk calciumhydroxide en
magnesiumhydroxide, een proces dat gepaard gaat met volumetoename.
Wanneer het materiaal onvoldoende ruimte heeft om uit te zetten, drukt
het tegen de bovenliggende asfaltlagen en veroorzaakt het bultvorming.
Belangrijke factoren die bloemkooleffect versnellen zijn:
- aanwezigheid van vocht in de fundering of ondergrond
- temperatuurschommelingen waardoor de slakken actiever hydrateren
- onvoldoende scheiding of dilatatie tussen de fundering en asfaltlagen
- hoge verkeersbelasting die spanningen versterkt
Bij welke wegen toepassen?

Dilatatievoegen zijn vooral belangrijk bij wegconstructies waarin:
- hoogovenslakken of andere expansieve bouwstoffen in de fundering zijn gebruikt
- de weg aansluit op kunstwerken (zoals bruggen, duikers of betonplaten)
- grote temperatuurverschillen of zettingen kunnen optreden.
- wegen in vochtige of verzadigde ondergronden.
- scheurvorming of opbolling van de verharding eerder is waargenomen.
Ook
bij reconstructiewerken op oude funderingen met slakkenmateriaal worden
dilatatievoegen aangeraden om toekomstige schade te voorkomen.
Alternatief is om de hoogovenslakken in zijn geheel te verwijderen.
Wat zijn de randvoorwaarden?

Over
het algemeen gaat een goed aangebrachte voeg 10 tot 20 jaar mee.
Regelmatige inspectie is echter noodzakelijk, want een beschadigde of
dichtgeslibde voeg verliest zijn functie en kan alsnog leiden tot
asfaltopdrijving of scheurvorming. Worden vroegtijdig haarscheuren,
opbollingen of hoogteverschillen gezien, dan is herstel van de voeg
noodzakelijk om verdere schade te voorkomen.
Hoe lang gaat het mee?

De levensduur van een vlakgefreesd wegoppervlak hangt af van de
verkeersbelasting, de diepte van het frezen en de algehele conditie van
de asfrdt door een nieuwe deklaag, kan de levensduur
verder toenemen.
Hoe wordt het aanbracht?

Tijdens de aanleg van de fundering wordt een voegvak afgebakend op strategische plaatsen (bijvoorbeeld om de 25 meter).
Het asfalt en fundeirngsmateriaal wordt uit de weg gehaald. Het
hoogovenslakken wordt vervangen door niet hydraulisch menggranulaat.
Vervolgens wordt het asfalt met eventueel wapening teruggebracht.
Wat zijn aandachtspunten bij uitvoering?

|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Wat is het?

Gietasfalt is
een speciaal type asfaltmengsel dat een dichte, porieloze
structuur en vloeibare verwerkingstemperatuur heeft. In tegenstelling
tot normaal asfalt wordt gietasfalt niet verdicht met een wals, maar
aangebracht in vloeibare vorm en vanzelf verdicht door zijn
samenstelling.
Het mengsel bestaat uit bitumen, vulstof, zand en fijn grind in hogere
concentraties dan bij traditioneel asfalt. Daardoor is gietasfalt
volledig waterdicht, slijtvast en bestand tegen dooizouten en chemische
invloeden. Na afkoeling vormt het een sterke, gladde en duurzame laag
zonder naden of scheuren.
Gietasfalt wordt toegepast in uiteenlopende situaties, zoals
brugdekken, parkeerdaken, tunnels, fietspaden en industrieterreinen
— overal waar een waterdichte en onderhoudsarme verharding
gewenst is.
Wat is het doel?

Het
doel van gietasfalt is het creëren van een dichte, water- en
vorstbestendige asfaltlaag die bestand is tegen zware belasting en
chemische invloeden. Het materiaal zorgt voor een duurzame bescherming
van onderconstructies, voorkomt indringing van water en verlengt de
levensduur van de onderliggende lagen.
Daarnaast biedt gietasfalt een naadloos oppervlak, waardoor
onderhoudskosten laag blijven en het risico op rafeling of
scheurvorming minimaal is. Door zijn dichte structuur is ook de kans op
schade door vorst-dooiwisselingen sterk verminderd.
Bij welke wegen toepassen?

Gietasfalt is geschikt voor locaties met hoge
eisen aan waterdichtheid, slijtvastheid en duurzaamheid. Het wordt
vooral gebruikt bij:
- brugdekken, viaducten en kunstwerken.
- parkeerdaken, parkeergarages en fietstunnels.
- industriegebieden en werkplaatsen.
- fietspaden en voetpaden waar een glad, gesloten oppervlak gewenst is.
Voor druk bereden hoofdwegen is gietasfalt minder gangbaar dan warm
asfaltbeton, vanwege de hogere kosten en lagere stroefheid bij hoge
temperaturen.
Wat zijn de randvoorwaarden?

Gietasfalt heeft een lange levensduur. Een goed aangebrachte
gietasfaltlaag kan 20 tot 30 jaar meegaan, afhankelijk van de
verkeersbelasting en onderhoudscondities. Door het ontbreken van
poriën en naden is het materiaal vrijwel ongevoelig voor
vorstschade of waterindringing, wat bijdraagt aan de lange
levensduur.
Hoe lang gaat het mee?

De levensduur van een vlakgefreesd wegoppervlak hangt af van de
verkeersbelasting, de diepte van het frezen en de algehele conditie van
de asfrdt door een nieuwe deklaag, kan de levensduur
verder toenemen.
Hoe wordt het aanbracht?

Het wegdek of de ondergrond wordt schoongemaakt
en indien nodig voorbehandeld met een hechtlaag. Het gietasfalt wordt
in vloeibare vorm (ca. 220°C) aangevoerd in speciale
gietasfaltketels. Met een gietasfaltmachine of handmatig wordt het
mengsel op de gewenste dikte aangebracht. Het vloeibare asfalt vloeit
vanzelf dicht; walsen is niet nodig. Na afkoeling kan een dunne deklaag
of slijtlaag worden aangebracht om de stroefheid te verbeteren. Dankzij
de snelle afkoeling en het ontbreken van verdichtingswerk kan de
verharding vaak binnen enkele uren worden vrijgegeven voor verkeer.
Wat zijn aandachtspunten bij uitvoering?

- het aanbrengen vereist deskundig personeel wegens de hoge verwerkingstemperatuur
- de ondergrond moet schoon, droog en vrij van losse delen zijn.
- controleer of de hechtlaag goed is uitgehard vóór het gieten.
- bescherm naastliggende constructies tegen de hoge temperatuur.
- breng bij verkeerswegen altijd een stroefmakende slijtlaag aan.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Wat is het?

Sporen vullen is een onderhoudstechniek waarbij
spoorvorming in asfaltwegen worden hersteld door het aanbrengen van een
vulmiddel in de wielsporen. Deze methode herstelt de vlakheid van het
wegdek zonder dat de hele deklaag moet worden vervangen. Het
vulmiddel bestaat meestal uit fijn bitumineus materiaal of
asfaltmortel, die warm of koud kan worden verwerkt afhankelijk van de
situatie. Ook kan spoorvulling ook vóór het
aanbrengen van een overlaging worden toegepast.
Ook het uitsluitend vullen van de sporen (zonder overlaging) wordt
toegepast als reparatie van spoorvorming. De sleeplaag wordt daarbij
vaak aangebracht met een zogeheten ‘fietspadmachine’ die is
afgesloft op circa één meter. Van belang is om na het
aanbrengen van de spoorvulling de naden zorgvuldig na te behandelen met
bitumenemulsie die moet worden afgestrooid met fijne steenslag.
Wat is het doel?

Het
doel sporen vullen is om de vlakheid en veiligheid van het asfalt te herstellen. Door de sporen op te vullen:
- wordt aquaplaning voorkomen
- verdere spoorvorming vertraagd
- wordt de belasting op omliggende wegvlakken verminderd
- kan de technische levensduur van de weg met enkele jaren worden verlengd, afhankelijk van gebruik en onderhoud.
Het is een preventieve ingreep die vooral bedoeld is om grootschalig
herstel (zoals frezen of opnieuw asfalteren) tijdeleijk uit te
stellen.
Bij welke wegen toepassen?

Er sprake is van lichte
tot matige verkeersbelasting. Op zwaar belaste wegen, zoals snelwegen
met intensief vrachtverkeer, is het vaak een tijdelijke maatregel
totdat grootschaliger herstel kan plaatsvinden.
Wat zijn de randvoorwaarden?

Sporen vullen is vooral geschikt bij
- spoorvorming is beperkt; meestal < 25 mm diep
- de structuur van het asfalt nog intact is, zonder scheurvorming of rafelling
- de vervorming hoofdzakelijk plastisch is, veroorzaakt door verkeer en niet door funderingsproblemen
- bepaal de oorzaak van de sporen vooraf; bij structurele schade is alleen vullen niet voldoende
- vermijd uitvoering bij lage temperaturen (<10°C) of natte omstandigheden
- pas het vulmateriaal aan op het type asfalt en verkeersbelasting; een te stijf mengsel kan snel weer scheuren
- controleer de stroefheid van de spoorvulling na aanbrengen
- controleer de vlakheid en herstellende afwatering van het wegprofiel na aanbrengen
- overweeg nabehandeling met een dunne slijtlaag voor extra bescherming en uniformiteit van het oppervlak.
Hoe lang gaat het mee?

De levensduur van een sporenvulling hangt sterk af van:
- de diepte en oorzaak van de vervorming
- de verkeersintensiteit en temperatuurwisselingen
- de kwaliteit van het gebruikte vulmateriaal
Gemiddeld verlengt een sporenvulling de levensduur van de deklaag met 2
tot 5 jaar. Bij lichte belasting kan de levensduur oplopen tot 8 jaar,
maar bij intensief verkeer kan reeds na 1–2 jaar opnieuw
onderhoud nodig zijn.
Hoe wordt het aanbracht?

Het
vullen van rijsporen met warm asfaltbeton wordt gedaan door de
afwerkbalk van de asfaltspreidmachine over de hoge delen van de
verharding te laten ‘slepen’. Vóór het
aanbrengen van het asfalt wordt een kleeflaag gespoten. De minimale
dikte van de sleeplaag is 10 - 15 mm (afhankelijk van de grootste
steenfractie). De werkzaamheden kunnen vaak binnen één dag per wegvak worden uitgevoerd, wat de verkeershinder beperkt.
- Het spoor in het wegdek wordt grondig gereinigd met perslucht of hogedruk om vuil en los materiaal te verwijderen
- Een dunne bitumineuze emulsie wordt aangebracht voor betere hechting
- Een warme of koude asfaltmengsel wordt in de sporen aangebracht met een speciaal profielmes of freesinstallatie
- Het vulmateriaal wordt geëgaliseerd, eventueel gewalst, en na afkoeling vrijgegeven voor verkeer.
Wat zijn aandachtspunten bij uitvoering?

Een goede uitvoering hangt af van:
- schoon en droog wegdek. Vuil, stof en los grind moeten volledig verwijderd zijn
- weersomstandigheden. Geen regen, sneeuw of vorst tijdens of kort na de werkzaamheden
- goede hechting. De ondergrond moet voldoende ruw zijn en eventueel voorbehandeld met een kleeflaag
- juiste vulling. Het vulmateriaal moet flexibel blijven, goed hechten en qua profiel aansluiten op het bestaande wegdek
- afwatering herstellen. Na het vullen moet het dwarsprofiel van de wegwaterafvoer behouden blijven.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Wat is het?

Koud asfalt is een kant-en-klaar
reparatieasfaltmengsel en wordt als tijdelijk reparatiemiddel
gezien. Er is geen verhoitting nodig. Het kan tijdens omgevingstemperatuur eenvoudig
worden verwerkt, zonder verhitting zoals bij warm asfalt. Koud
asfalt wordt vooral gebruikt voor kleinschalig en snel onderhoud, zoals
het vullen van gaten, scheuren en plaatselijke beschadigingen in het
wegdek. Doordat het product direct uit de verpakking verwerkt kan
worden, is het bijzonder geschikt voor noodreparaties en plekken waar
snel herstel nodig is.
Het bestaat uit bitumineuze bindmiddelen met speciale additieven die het mengsel verwerkbaar houden bij lagere temperaturen. Het
bindmiddel bestaat uit zeer zacht bindmiddel, vaak een fluxbitumen
(bitumen in een oplosmiddel of een bitumenemulsie. Het product kan
zowel open of in zakken verpakt langdurig worden opgeslagen.
Het is in de markt ook bekend onder de naam ‘koudasfalt’.
Na verwerking verdampt het fluxmiddel en ontstaat een stijver mengsel.
Elk producent heeft zijn eigen receptuur. Noodreparaties worden onder
alle weersomstandigheden uitgevoerd, zodat de schade aan het wegdek zo
snel mogelijk wordt hersteld. Meestal wordt het in de winter
aangebracht. Het wordt beschouwd als een tijdelijke maatregel.

Wat is het doel?

Het
doel van het vullen van gaten met koud asfalt is om de
verkeersveiligheid snel te herstellen en verdere schade aan het wegdek
te voorkomen. Het is een snelle en
kostenefficiënte oplossing voor tijdelijke herstellingen, met name in
de wintermaanden of bij onverwachte schade.
Door gaten tijdig te vullen:
- wordt doordringing van water in de onderlaag voorkomen, wat vorstschade kan beperken.
- wordt verder rafeling of uitbreken van de asfaltlaag rondom het gat tegengegaan
- wordt de rijcomfort en veiligheid verbeterd door het wegnemen van oneffenheden
- kan de weg direct na toepassing weer worden opengesteld voor verkeer.
Bij welke wegen toepassen?

Koud asfalt is vooral geschikt voor:
- wegen met lokale schades zoals gaten, uithollingen of losliggend asfalt
- binnenstedelijke en gebiedsontsluitingswegen met matige verkeersbelasting
- tijdelijke reparaties op zwaar belaste wegen, totdat structureel onderhoud kan plaatsvinden
- onderhoud in winterse omstandigheden, wanneer warm asfalt niet beschikbaar of moeilijk verwerkbaar is.
Wat zijn de randvoorwaarden?

Als reparatiemiddel kan koud asfalt tijdelijk of voor langere duur worden toegepast. Het gebruik op wegen met intensief vrachtverkeer is doorgaans tijdelijk
van aard, omdat de sterkte en duurzaamheid lager zijn dan bij
warmverwerkt asfalt.
Koud asfalt is bedoeld voor lokale reparaties, niet voor grotere oppervlakken
Hoe lang gaat het mee?

In situaties met gunstige omstandigheden en goed onderhoud kan
koud asfalt verrassend lang meegaan, vooral bij kleinschalige schades. De levensduur van een koudasfaltreparatie varieert afhankelijk van de omstandigheden:
- bij lichte tot matige verkeersbelasting kan de reparatie enkele maanden tot 2 jaar meegaan
- bij zware belasting of intensieve vorstschade is het vaak een tijdelijke oplossing, gemiddeld 3 tot 6 maanden.
Wanneer koud asfalt wordt gebruikt als voorlopige noodreparatie, kan
het later worden vervangen door warm asfalt of een structurele
deklaagvernieuwing.
Hoe wordt het aanbracht?

Een gat in het wegdek wordt met enige
overhoogte gevuld met een reparatiemengsel. Met een geschikte stamper
of handwals wordt het reparatiemengsel zo goed mogelijk verdicht. Het
oppervlak van de reparatieplek moet vlak worden afgewerkt. Eventueel
wordt afgestrooid met brekerzand of steenslag. De reparatieplek is
gewoonlijk na zo’n half uur weer berijdbaar.
- het gat wordt goed schoongeblazen met perslucht of uitgekamd met een staalborstel om los materiaal te verwijderen
- Het mengsel wordt direct uit de zak of emmer met een overhoogte in het gat gestort en gelijkmatig verdeeld
- met een hamer, stamper of kleine wals wordt het asfalt stevig aangedrukt
- de oppervlakte wordt gladgestreken
- de weg kan doorgaans direct na uitvoering weer worden bereden

Wat zijn aandachtspunten bij uitvoering?

Voor een goed en duurzaam resultaat moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:
- reinigen van het gat. Los asfalt, vuil, water en ijs moeten volledig worden verwijderd voordat de vulling wordt aangebracht
- droge ondergrond. Hoewel koud asfalt kan worden toegepast bij lagere temperaturen, hecht het beter op een droge ondergrond
- na het aanbrengen moet de reparatie stevig worden aangedrukt of
gewalst, zodat het mengsel goed aansluit op het bestaande asfalt
- er moet voldoende
materiaal worden aangebracht, omdat het tijdens het verdichten iets inzakt
- controleer de kwaliteit van het product met voldoende cohesie en hechting
- controleer na enkele dagen of de vulling stabiel is gebleven
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Wat is het?

Grindpalen zijn verticale
kolommen van verdicht grind of steenslag die in de ondergrond worden
aangebracht om zachte of slappe bodems te versterken. Ze vormen een
stabiele fundering voor bovenliggende constructies, zoals
asfaltverhardingen. Grindpalen zorgen voor een betere verdeling van
verkeersbelastingen en beperken ongelijkmatige zettingen in het wegdek.
De grindpalen worden meestal in de ondergrond gevormd door het grind of
steenslag in de bodem te trillen of te persen, waardoor een stevige,
goed verdichte kolom ontstaat. Het materiaal bestaat doorgaans uit
grof, goed gesorteerd grind dat in lagen wordt ingebracht en verdicht.
Grindpalen worden vaak toegepast bij wegen waar verzakkingen optreden
door zwakke ondergronden, zoals veen, slappe klei of slecht verdichte
ophooglagen. Dit maakt ze uitermate geschikt voor het herstel en de
verbetering van bestaande verhardingen waar onvlakheid of spoorvorming
optreedt.

Wat is het doel?

Het
doel is om de draagkracht van de ondergrond te verbeteren, verzakkingen
te beperken en een stabielere fundering te creëren voor de
asfaltweg. Hierdoor wordt de levensduur van de verharding verlengd en
neemt de onderhoudsbehoefte af.
Door grindpalen toe te passen:
- wordt de belasting van het wegdek beter verdeeld over de ondergrond
- worden ongelijkmatige zettingen en scheurvorming in het asfalt voorkomen
- wordt waterafvoer in de fundering verbeterd dankzij de doorlatendheid van het grind
- kan het wegdek duurzaam op zijn oorspronkelijke hoogte blijven liggen

Bij welke wegen toepassen?

Grindpalen worden vooral toegepast bij:
- wegen met onvlakheden of verzakkingen veroorzaakt door slappe ondergrond
- reconstructies van oude wegen op veen- of kleigrond
- nieuw aan te leggen wegen in gebieden met lage draagkracht
- situaties waarin een stabiele fundering nodig is, maar volledige
grondvervanging niet haalbaar is door bijvoorbeeld boomwortels
- situaties waarin een stabiele fundering nodig is, maar volledige grondvervanging te kostbaar is
Wat zijn de randvoorwaarden?

Grindpalen kunnen worden toegepast als funderingsversterking onder asfaltwegen, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan:
- de ondergrond moet voldoende homogeen zijn, zonder harde obstakels, zoals keien, of puinlagen
- de afstand tussen de grindpalen (hart op hart) wordt afgestemd op de te verwachten belasting en de sterkte van de ondergrond
- het aanbrengen vereist gespecialiseerde apparatuur voor trillen of persen
- afdekkend tussenmateriaal (zoals zand of funderingsgranulaat) moet de belasting goed verdelen
- drainage moet goed worden geregeld om waterophoping en verlies van draagkracht te voorkomen
- grindpalen zijn bedoeld voor structurele versterking, niet als tijdelijke maatregel.
Hoe lang gaat het mee?

Grindpalen hebben een zeer lange gebruiksduur,
omdat ze bestaan uit duurzaam, niet-afbreekbaar materiaal. Mits correct
aangebracht, is hun levensduur vergelijkbaar met of langer dan die van
de wegconstructie zelf.
De werkzaamheid blijft behouden zolang:
- het grind goed verdicht en vormvast blijft
- de waterstand en drainage in balans blijven
- er geen erosie of inzakking van de paalkoppen optreedt
- In goed ontworpen systemen kan de versterking tientallen jaren effectief blijven, zelfs langer dan 30 jaar.
Hoe wordt het aanbracht?

Het aanbrengen van
grindpalen gebeurt met behulp van gespecialiseerde voertuigen, met een
trillende verzamelbak op hoogte. Hierbij wordt de
ondergrond opzij gedrukt terwijl het grind in lagen wordt
ingebracht en verdicht. De werkwijze bestaat doorgaans uit:
- plaatsen van het apparaat op de exacte positie van de paal
- trillen of verdringen van de grond tot de gewenste diepte
- inbrengen van grof grind of steenslag in lagen
- verdichting per laag tijdens het langzaam omhoog trekken van de trilbuis
- afwerking van de bovenkant tot net onder het maaiveld of het funderingsniveau
- aanbrengen verdeellaag om het wegdek te ondersteunen en de belasting goed over de grindpalen te spreiden
Wat zijn aandachtspunten bij uitvoering?

Voor een goed en duurzaam resultaat moet aandacht worden besteed aan:
- de juiste positionering en diepte van elke grindpaal volgens ontwerp
- voldoende verdichting per laag grind, om latere nazakkingen te voorkomen
- controle van het gebruikte grind (korrelgrootte, zuiverheid en duurzaamheid)
- afstemming tussen paalafstand, diepte en belasting volgens bodemonderzoek
- een waterdichte overgang tussen grindpalen en bovenliggende lagen
- kwaliteitscontrole door proefpalen of sondeermetingen
- regelmatige monitoring na aanleg helpt om eventuele zettingen tijdig te signaleren en onderhoud te plannen
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Wat is het?

Boorgaten ontstaan wanneer in het asfalt kernen
worden geboord voor onderzoek naar de opbouw, kwaliteit of dikte van de
asfaltlagen. Deze kernen worden meestal gebruikt voor
laboratoriumonderzoek, bijvoorbeeld om de samenstelling, veroudering of
hechting van de lagen te bepalen. Na het verwijderen van de kern blijft
er een cylindrisch gat in de weg over dat moet worden hersteld om te
voorkomen dat er water of vuil binnendringt en schade veroorzaakt aan
de constructie. Een goed hersteld boorgat is na uitvoering nauwelijks zichtbaar en heeft vergelijkbare eigenschappen als het omringende asfalt.

Wat is het doel?

Het vullen van boorgaten heeft als doel om:
- de waterdichtheid en continuïteit van het wegdek te herstellen
- doordringen van vocht en vorstschade in de onderlagen te voorkomen
- uitrafeling en randschade rond het boorgat te vermijden
- de rijveiligheid en vlakheid van het wegoppervlak te behouden
Bij welke wegen toepassen?

Het vullen van boorgaten is van toepassing op alle soorten asfaltwegen waar boorkernen worden genomen.
Hoe lang gaat het mee?

Wanneer het boorgat op de juiste wijze is gevuld, heeft de reparatie een vergelijkbare levensduur als het omliggende asfalt.
Belangrijke factoren die de duurzaamheid beïnvloeden zijn:
- de kwaliteit van de hechting tussen oud en nieuw materiaal
- de juiste verdichting van het vulasfalt.
- de omstandigheden bij aanbrengen (temperatuur, vocht, reinheid)
Bij correct herstel kan het boorgat zonder verdere nazorg de resterende levensduur van de asfaltlaag doorstaan.
Hoe wordt het aanbracht?

Met asfaltbeton
- het boorgat wordt opgeruwd en gereinigd met perslucht of brander om vocht en stof te verwijderen
- de wanden van het gat worden besproeid met een dunne laag bitumineuze emulsie voor een goede binding
- vullen met asfaltmengsel
- bij warm weer of grotere gaten wordt meestal heet asfalt (AC- of SMA-type) gebruikt
- bij kleinschalige of snelle herstelwerkzaamheden kan ook koud asfalt worden toegepast
- het heet asfalt wordt laag voor laag (maximaal 100 mm) aangedrukt met een stamper om holle ruimtes te voorkomen
- het oppervlak wordt gladgestreken op maaiveldniveau; eventueel overtollig materiaal wordt verwijderd
De weg kan in veel gevallen binnen enkele uren (of direct bij koud asfalt) weer worden vrijgegeven voor verkeer
Met beton en gietasfalt
- het boorgat wordt opgeruwd en gereinigd met perslucht of brander om vocht en stof te verwijderen
- vullen met beton tot tenminste 40 mm onder het wegoppervlak
- afgieten met gietasfalt
- afstrooien met steenslag
Met ‘boorstop’ of ‘bitudrill kern’
Een ‘boorstop’ of ‘bitudrill kern’ is een
conische stop, gefabriceerd uit bitumen. Het wordt met een rubberen
hamer zover in het boorgat geslagen tot nog circa 3 mm boven het wegdek
uitsteekt. Door het verkeer wordt deze overhoogte weggereden. De stop
zit dan goed in het boorgat en het bindmiddel, dat er voor een klein
deel wordt uitgeperst, zorgt voor hechting aan de wanden van het
boorgat.
Wat zijn aandachtspunten bij uitvoering?

Voor een goed en duurzaam resultaat moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:
- schoon en droog boorgat. Los materiaal, modder en water moeten worden verwijderd met lucht, borstels of een brander
- werk zorgvuldig aan de randen
- slecht gehechte randzones kunnen leiden tot rafeling of loslaten
- verticale, intacte wanden. Uitgebroken asfalt of rafelige randen moeten worden bijgewerkt voordat wordt gevuld
- vermijd koude naden en zorg dat het vulasfalt voldoende warm is voor een goede versmelting met de bestaande laag
- controleer het oppervlak na afkoeling
- het vulmateriaal moet qua type, korrelopbouw en bitumengehalte aansluiten bij het bestaande asfalt
- oneffenheden of licht ingezakte plekken kunnen worden nagewerkt
- afwerking op maaiveldniveau. De vulplaats mag niet hol of bol liggen om waterophoping te voorkomen
- voer reparaties bij voorkeur uit onder droge omstandigheden. Regen of vocht vermindert hechting
- registreer alle boorlocaties en hersteldata voor toekomstige inspecties
|
|
|
|